KAAG LIEGT BIJ BUITENHOF: "Logisch kabinet"? Rechtse meerderheid van 89 zetels wordt genegeerd!

maandag, 12 januari 2026 (10:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Sigrid Kaag (D66) zei bij Buitenhof dat een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA een "logische uitkomst" is van de Kamerverkiezingen van oktober 2025. De auteur van dit stuk reageert fel: volgens hem/haar negeert die bewering de kiesuitslag waarin D66 en de PVV allebei 26 zetels haalden, en is er juist een ruime rechtse meerderheid mogelijk die bewust wordt genegeerd.

Feiten en rekenvoorbeeld uit het artikel: naast PVV (26) zouden VVD (22), CDA (18), JA21 (9), FVD (7), BBB (4) en SGP (3) samen 89 zetels vormen — volgens de schrijver een zeer stabiele, rechts meerderheidsblok dat “voor het oprapen” ligt. In plaats daarvan kiezen VVD en CDA er volgens de auteur voor om samen met D66 een veel kleinere minderheidscoalitie van 66 zetels te vormen, en daarmee de PVV en andere rechtse partijen uit te sluiten.

De schrijver beschuldigt D66 en het zogenaamde politieke kartel ervan dit te doen uit ideologische motieven: het verhinderen van een kabinet dat de banden met het World Economic Forum (WEF) zou verbreken en het stoppen van een vermeende “globalistische” agenda rond migratie, EU-invloed en technologie (AI/censuur). Er worden oproepen gedaan om een petitie te tekenen om Nederland terug te trekken uit het WEF en om premier en oppositie te dwingen te breken met Davos. De toneelwoorden in het stuk duiden op zware verontwaardiging: het beleid wordt een “democratische staatsgreep” genoemd en Kaag wordt verweten rechts Nederland “monddood” te maken.

Kort gezegd beschouwt het artikel de formatiekeuze als een bewuste politieke beslissing om rechts electoraat te isoleren, waarbij VVD en CDA worden gezien als meewerkende partijen en D66 als drijvende kracht achter de koers en het premierschap (genoemd wordt Jetten). Als extra context: in Nederland bepaalt politieke realiteit tijdens de formatie vaak welke coalities haalbaar zijn — partijen wegen zetelwinst af tegen programmatische verschillen en reputatierisico’s bij samenwerking met polemische partijen zoals de PVV — een overweging die het artikel sterk bekritiseert.