Justitieminister erkent dat het inkijken van 'dossier' Lisa door honderden agenten anders ligt

zaterdag, 7 maart 2026 (19:17) - Het Parool

In dit artikel:

Justitieminister David van Weel stelde vorige week publiekelijk dat zo’n 1.700 politiefunctionarissen privacygevoelige informatie hadden ingezien rond de moord op de 17‑jarige Lisa uit Abcoude (augustus, vlak bij Duivendrecht). In een dinsdagmiddagbrief aan de Tweede Kamer sprak hij over maatregelen tegen medewerkers die ‘ongeoorloofd het dossier’ hadden geraadpleegd. Ongeveer 500 van die raadplegingen zouden in Amsterdam hebben plaatsgevonden; burgemeester Femke Halsema noemde de zaak aanvankelijk “heel ernstig”, waarna haar woordvoerder het later als spreektaal bestempelde.

Nader onderzoek maakte duidelijk dat er nooit sprake was van het inzien van een afgesloten strafdossier. In plaats daarvan keken agenten in het reguliere meldingssysteem (het dagelijkse registratiesysteem) — een bron die, in tegenstelling tot een beveiligd strafdossier met onderzoeks­verslagen en beperkt toegang, door veel meer collega’s toegankelijk is. Dat verschil is zowel technisch als juridisch wezenlijk: het meldingssysteem bevat korte signalementen en ter plaatse genoteerde verklaringen en wordt al jaren gebruikt — volgens vakbonden zelfs met instemming van leidinggevenden — als informatiebron voor opsporing.

De Autoriteit Persoonsgegevens begon een onderzoek, omdat ongeoorloofde raadpleging mogelijk als datalek wordt aangemerkt; politiewetenschapper Jaap Timmer nuanceert echter of dit hier terecht zo kwalificeert. Van Weel schoof bijstelling naar voren: wie uit opsporingsbelang handelt, moet kunnen blijven kijken, maar ongeoorloofde toegang vindt hij onacceptabel. Hij erkende bovendien dat het woord ’dossier’ misleidend was en beter vermeden had moeten worden. De politieke nasleep loopt door: JA21‑Kamerlid Ingrid Coenradie heeft al vragen aangekondigd, terwijl verslaggevers in de Parool Misdaadpodcast verklaren waarom veel agenten toegang hebben tot dergelijke politiesystemen.