Juridische streep door krimp Schiphol: maximum van 478.000 vluchten van tafel
In dit artikel:
Op 11 maart 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat om Schiphol te begrenzen op 478.000 vluchten per jaar ongeldig verklaard. De rechtbank oordeelde dat het kabinet juridisch onzorgvuldig handelde door een simpel plafond op het aantal vliegbewegingen gelijk te stellen aan een wettelijke grenswaarde voor geluid; de wet vereist dat rekening wordt gehouden met de werkelijke geluidsproductie per toestel, niet alleen met het aantal starts en landingen. Bovendien kon de minister niet aantonen dat het nieuwe plafond bewoners beter beschermde dan de oude normen uit 2004, wat noodzakelijk is bij wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit.
Als direct gevolg valt Schiphol terug op het Luchthavenverkeerbesluit van 2008, waardoor er voorlopig geen algemeen jaartalmaximum meer geldt. Een belangrijke uitzondering blijft bestaan: de beperking van nachtvluchten is gehandhaafd via een voorlopige voorziening, waarbij het maximum is vastgesteld op 27.000 nachtvluchten (23:00–07:00). Voor luchtvaartmaatschappijen en touroperators betekent dit onzekerheid maar ook tijdelijke voortzetting van de operatie onder de oude regels en het gedoogde Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS). De minister werkt aan een nieuwe, juridisch robuuste regeling; de uitspraak benadrukt dat krimp alleen kan worden doorgevoerd met een sluitende milieutechnische onderbouwing.