Junior docenten van de UvA komen in opstand tegen tijdelijke contracten

zaterdag, 28 maart 2026 (07:17) - Het Parool

In dit artikel:

Junior docenten aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) organiseren zich onder de naam Casual UvA uit protest tegen de structurele tijdelijkheid van hun contracten. De groep, bestaande uit jonge docenten die colleges geven, scripties begeleiden en vakken coördineren, stelt dat zij ondanks hun onmisbare onderwijswerk jaar na jaar worden weggestuurd omdat hun functies formeel als tijdelijke startersposities zijn geclassificeerd.

Wie: junior docenten zoals Antoine Germain (26), die zijn positie bij politicologie in augustus verliest, Rhea Kotrashetti (24), wiens contract in april afloopt en voor wie het baanverlies ook visumverlies in India kan betekenen, en Sophie Nieuwe Weme (29), die vreest dat de voortdurende wisseling van beginnende docenten de onderwijskwaliteit schaadt.
Wat: Casual UvA voert campagne voor vaste contracten; ze verzamelde al meer dan duizend handtekeningen en bereiden in april een pakket eisen voor dat aan het College van Bestuur wordt overhandigd. Als onderhandelingen niet leiden tot resultaat, sluiten ze een nakijkstaking niet uit.
Wanneer en waar: de acties lopen nu aan de UvA; belangrijke momenten zijn Germains vertrek in augustus en de geplande overhandiging van eisen in april.
Waarom: de groep wijst op structurele problemen: beloofde ontwikkeltrajecten bestaan nauwelijks, werkdruk is hoog, veel junior docenten draaien overuren, lopen risico op burn-out en krijgen weinig uitzicht op doorstroom naar vaste functies. Internationale medewerkers riskeren bovendien hun verblijfstitel als zij geen nieuw contract vinden.

Junior docenten zeggen veel taken te verrichten die verder reiken dan wat van een startersfunctie verwacht wordt en ervaren weinig kans om te blijven, ook al beschouwt de universiteit hun werk als een substantieel deel van het onderwijs. De UvA verdedigt het beleid door te wijzen op de aard van de startersfunctie, het bestaan van tijd gereserveerde professionele ontwikkeltijd en de noodzaak van een flexibele schil om schommelingen op te vangen. De universiteit noemt ook dat het nieuwe docentenbeleid heeft geleid tot 250 doorstroomgevallen naar vaste posities. Junior docenten brengen daarentegen cijfers uit de universiteitskrant naar voren waaruit blijkt dat vorig jaar slechts 16 van de 419 (3,8 procent) doorstroomden en één persoon promoveerde.

Kernproblemen die de actievoerders noemen: de beloofde institutionele opleidingsprogramma’s blijken in de praktijk vaak niet te bestaan of onvoldoende te zijn vormgegeven; de Basis Kwalificatie Onderwijs wordt wel aangeboden, maar veel junior docenten hebben daar vanwege werkdruk geen tijd voor; en continu tijdelijke aanstellingen leiden tot verlies van ervaring en continuïteit, wat volgens docenten de kwaliteit van het onderwijs aantast. Daarnaast heerst er op de werkvloer een cultuur van vermijden: er wordt weinig openlijk gesproken over de onzekerheid van deze posities.

Casual UvA bouwt steun en zichtbaarheid: naast de petitie zoeken ze backing bij hogere collega’s en studenten. Ze leggen later dit voorjaar hun eisen voor aan het College van Bestuur en houden als stok achter de deur de mogelijkheid van een nakijkstaking. De zaak past in een bredere discussie in het Nederlandse hoger onderwijs over academische flexibiliteit en precariteit: de UvA stelt dat enige flexibiliteit nodig blijft, terwijl junior docenten pleiten voor structurele oplossingen zoals vast dienstverband en goed georganiseerde ontwikkeltrajecten om zowel hun loopbanen als de kwaliteit van het onderwijs veilig te stellen.