'Júíst mannen moeten zich uitspreken tegen de haat die vrouwelijke politici over zich heen krijgen'

maandag, 23 februari 2026 (20:17) - Het Parool

In dit artikel:

Online en offline intimidatie van (vooral vrouwelijke) politici is geen incidenteel probleem meer maar een structureel patroon, stellen Janine Harbers en Zahra Runderkamp. In tien jaar tijd zijn meldingen van bedreigingen aan Tweede Kamerleden ruim verdubbeld; lokaal rapporteert 45 procent van de politici intimidatie of agressie — ook daar is het aantal incidenten in een decennium toegenomen. De meeste uitingen vinden online plaats, maar fysieke bedreigingen komen ook voor. Vrouwen krijgen vaker te maken met agressie en ervaren die dreiging persoonlijker en ernstiger: aanvallen richten zich steeds vaker op uiterlijk, afkomst, geaardheid of gender in plaats van op het politieke ambt.

De gevolgen zijn concreet en ongelijk verdeeld: een kwart van de vrouwelijke ambtsdragers past haar politieke ambities aan vanwege intimidatie, tegenover 9 procent van de mannen. Vrouwen melden bovendien vaker negatieve effecten op werkplezier, mentale gezondheid en privéleven. Recente voorbeelden zijn Juliet Broersen (Volt), die na vragen over een discriminatiezaak online met haatmails en bedreigingen werd overspoeld, en Nathalie van Berkel, die na haar vertrek als staatssecretaris/Tweede Kamerlid veel haat over zich heen kreeg.

Ondersteunende reacties van politici en bestuurders — van Amsterdamse burgemeester Halsema tot oud-minister Hugo de Jonge en Limburgse bestuurders — laten solidariteit zien, maar alleen veroordelen volstaat volgens de auteurs niet. Nieuw onderzoek van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme in de rapportage "Tussen Kamer, krant en sociale media" toont dat uitspraken van politici, berichtgeving en online reacties elkaar versterken: negatieve of discriminerende uitspraken door Tweede Kamerleden gaan vaak binnen een week gepaard met een stijging van vergelijkbare online uitingen. Die wisselwerking maakt dat normen snel vervagen en dat incidenten zich kunnen verspreiden.

Harbers en Runderkamp pleiten daarom voor normverandering door directe interventie: mensen moeten elkaar aanspreken, zowel online als face-to-face. Ze wijzen op de impact van campagnes als "Man zeg er wat van!", die laten zien dat vooral mannen elkaar kunnen corrigeren wanneer gedrag grensoverschrijdend wordt. De kernboodschap is praktisch: laat slachtoffers niet alleen, spreek je uit tegen haat en intimidatie en creëer zo samen een cultuur waarin politici — mannen en vrouwen — veilig en weerbaar hun werk kunnen doen.

Kortom: hardere woorden alleen helpen onvoldoende; structurele gedragsverandering vereist dat burgers en collega’s elkaar actief aanspreken om een nieuwe norm van respect en veiligheid te vestigen.