Judobondscoach ziet toekomst somber in: 'De aanwas droogt op'
In dit artikel:
Nederland heeft bij het EK judo in Tbilisi reële kansen op medailles dankzij succesvol presteren van namen als Jur Spijkers, Joanne van Lieshout en Simeon Catharina op recente Grand Slam-toernooien. Bondscoach Mark van der Ham, die iets meer dan een halfjaar in functie is, wil die goede vorm benutten: zes Nederlandse vrouwen en drie mannen reizen naar Georgië en de staf richt zich erop elke atleet op zijn best te laten presteren.
Tegelijkertijd waarschuwt Van der Ham voor de langere termijn: de instroom van nieuw talent stokt, waardoor podiumplaatsen op Olympische Spelen op termijn moeilijker worden. Als belangrijke oorzaak wijst hij de centralisatie van ongeveer tien jaar terug, toen de beste judoka’s dagelijks op Papendal gingen trainen. Die keuze verzwakte volgens hem de lokale clubstructuur die vroeger de belangrijkste bron van opkomend talent was.
Olympisch kampioen Mark Huizinga ziet ook uitdagingen, maar minder pessimisme. Door zijn werk voor de Internationale Judofederatie ziet hij wereldwijd veel investeringen in judo, met name in het Midden-Oosten waar dure faciliteiten worden gebouwd. Toch benadrukt Huizinga dat geld niet automatisch topjudoka’s oplevert; kennis en opleiding blijven cruciaal. Hij noemt bemoedigende signalen dat clubs inmiddels weer meer bij de talentontwikkeling betrokken worden — iets wat volgens hem historisch succes heeft gebracht.
Van der Ham en de directie van de judobond willen de clubs opnieuw tot de levensader van het Nederlandse judo maken, maar erkennen dat dit een langetermijnopgave is. Op korte termijn ligt de prioriteit bij het verbeteren van het seniorenniveau en het consolideren van de huidige selectie, met het oog op de Spelen in Los Angeles en verderop Brisbane 2032.
Tot slot keert Michael Korrel bij de EK terug na een dopingschorsing, wat extra aandacht toevoegt aan het Nederlandse team in Tbilisi.