Judit Polgár was verreweg de sterkste schaakster uit de geschiedenis

vrijdag, 13 februari 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Hans Ree bespreekt deze week de Netflix‑documentaire Queen of Chess over Judit Polgár, geregisseerd door Rory Kennedy. Kennedy, bekend van onder meer Bobby Fischer Against the World en de Emmy‑bekroonde Ghosts of Abu Ghraib, heeft een film gemaakt die door critici goed wordt ontvangen, al geeft Ree de voorkeur aan fictie als The Queen’s Gambit boven documentairevorm.

Judit Polgár, geboren in 1976, is de jongste van de drie schaakzussen die door hun vader Laszlo volgens een strak, thuisgebaseerd trainingsregime werden opgevoed met het doel genieën te vormen. De film accentueert de moeilijkheden met onderwijs en staatscontrole in Hongarije en schildert het gezin als slachtoffer van repressie, maar Ree relativeert die voorstelling: de zusjes reisden al jong naar toernooien in het buitenland (New York 1986, daarna Australië en Argentinië) en sommige knelpunten worden volgens hem in de film wat aangedikt.

Ree illustreert Judits uitzonderlijke talent met eigen herinneringen en anekdotes van collega’s. Hij citeert fragmenten uit archiefbeelden met bekende schakers als Jan Timman en refereert aan Herman Grootens verhaal over een blindpartij met de zevenjarige Judit. Persoonlijk raakte Ree in 1989 zelf al snel en pijnlijk vertrouwd met haar agressieve speelstijl: tijdens het OHRA‑toernooi in Amsterdam werd hij op 13‑jarige leeftijd door haar in 24 zetten verslagen, een ervaring die journalisten verbaasde maar die Ree verklaart door jarenlange intensieve training van Judit.

De film legt veel nadruk op Judits relatie tot Garry Kasparov: Kasparov was haar idool maar maakte ooit discriminerende uitspraken over vrouwen en verloor later in 2002 een partij van haar. Ree merkt op dat die focus een eendimensionaal triomfverhaal creëert; een ander perspectief is dat Judit simpelweg de beste schaakster ooit was — ze bereikte de wereldtop tien en versloeg vrijwel alle grote namen — maar dat ze in onderlinge confrontaties met Kasparov toch slechts één overwinning boekte in zeventien partijen, wat volgens Ree ook naar een complex met haar vader kan wijzen.

Ree waardeert de film om de oude beelden en de reconstructie van het Polgár‑fenomeen, maar blijft kritisch over dramatisering en nadrukkeuzes. Hij verwijst tot slot naar een recente video waarin Judit een van haar mooiste partijen bespreekt; daarin merkt hij niet alleen groot schaaktalent op maar ook een charmante en wijze persoonlijkheid. Ree sluit impliciet af met de gedachte dat Judits vroege pensionering in 2014 de schaakwereld een blijvend mysterie heeft nagelaten: had ze niet gestopt, dan had ze misschien nog langer op de hoogste niveaus gespeeld.