Jubelende Italianen en Amerikanen, geflopte wintersportgrootheden: conclusies na de Spelen
In dit artikel:
Nederland beleefde in Milaan-Cortina (Winterspelen 2026) een historische uitgave: met tien gouden medailles en een derde plaats op de medaillespiegel werd nog nooit op één editie zo veel goud door Nederlandse sporters gewonnen. Maar het Nederlandse succes was onderdeel van een bredere trend: veel landen noteerden in Italië hun beste prestaties ooit of kwamen in de buurt van recordaantallen gouden plakken.
Opvallende cijfers: de Verenigde Staten behaalden 12 keer goud, Italië en Nederland 10, Frankrijk en Zweden 8, Japan 5, Australië 3 en Groot-Brittannië 3. Die vele nieuwe records zijn deels te verklaren doordat het olympische programma door de jaren heen flink groeide: waar in 1924 nog 16 medailleonderdelen waren, stonden er in Nagano tegen het eind van de vorige eeuw al 68 op het programma; in Milaan-Cortina waren dat er 116. Meer disciplines betekent simpelweg meer medailles om te verdelen, waardoor vergelijkingen met oudere edities lastig blijven.
Bij de succesverhalen springt Noorwegen eruit: voor de vierde keer op rij eindigden de Noren bovenaan, met een recordaantal van 18 gouden medailles op één editie — mede dankzij topprestaties van Johannes Høsflot Klæbo. Ook gastland Italië scoorde opvallend goed en pakte op tien verschillende disciplines medailles; alleen de Verenigde Staten deden nog iets beter met medailles in elf disciplines. De VS konden daarnaast juichen om successen in kunstrijden en schaatsen en scoorden op ijshockey twee gouden plakken ten koste van rivaal Canada; het mannentoernooi won het Amerikaanse team voor het eerst sinds 1980.
Groot-Brittannië en Australië boekten eveneens verrassingen: Groot-Brittannië haalde drie gouden medailles, vooral dankzij skeleton en het gemengde snowboardteam, terwijl Australië al zijn medailles op de hellingen van Livigno veroverde (freestyleskiën en snowboard).
Niet alle gevestigde landen waren tevreden. Duitsland won acht gouden medailles — het laagste aantal sinds 1972 — maar kreeg in eigen media relativering: Duitse sporters eindigden vaak net buiten het podium (veertien keer vierde) en bondsfunktionarissen bestempelden de uitslag niet als catastrofaal. Canada noteerde 21 medailles, het zwakste resultaat sinds 2002, en China viel terug van negen naar vijf gouden plakken vergeleken met Peking. België kwam nauwelijks in de buurt van toppen en keerde huiswaarts met één bronzen medaille.
Kortom: Milaan-Cortina bracht nieuwe nationale hoogtepunten en verrassingen, maar de explosie aan disciplines maakt directe vergelijkingen met vroegere Winterspelen minder rechttoe-rechtaan.