Jordi Cruijff zorgt bij Ajax voor nieuw elan, maar ook voor meer financieel risico
In dit artikel:
Ajax lijkt onder technisch directeur Jordi Cruijff meer ruimte te hebben om de selectie te versterken dan onder zijn voorganger Alex Kroes. Met trainer Míchel en meerdere ervaren aanwinsten wil de club opnieuw meedoen om de landstitel. De transferactiviteiten zijn nog niet afgerond: het venster sluit op 2 september.
Cruijff gaf tot nu toe ruim 30 miljoen euro uit. Dat is minder dan Ajax een jaar eerder besteedde, maar de club lijkt nu minder strikt vast te houden aan het uitgangspunt dat eerst spelers moeten worden verkocht. Onder anderen Julian Brandt, Daley Blind, Marc-André ter Stegen, Marcos Leonardo, Tolu Arokodare en Caio Henrique kwamen naar Amsterdam. Hun ervaring moet niet alleen direct sportief rendement opleveren, maar ook jonge spelers helpen en de prestaties van het eerste elftal verbeteren.
Financieel is de aanpak minder vanzelfsprekend. Ajax heeft eerder besloten niet langer uit te gaan van Champions League-inkomsten om de begroting sluitend te maken. Deelname aan de Europa League zou voldoende moeten zijn, terwijl verliezen uit de gewone bedrijfsvoering niet meer structureel met transferopbrengsten mogen worden gedekt. Die operationele verliezen liepen de afgelopen seizoenen echter op tot bijna 40 miljoen en bijna 20 miljoen euro; over het meest recente seizoen is het bedrag nog niet bekend.
De club haalde tot dusver ongeveer 6 miljoen euro meer binnen aan transfers dan zij uitgaf, mede door de verkoop van Sean Steur aan Newcastle United. Dat saldo kan groeien als Mika Godts vertrekt, voor wie Ajax naar verluidt 60 miljoen euro verlangt. Tegelijkertijd moet de club jaarlijks circa 40 miljoen euro aan transferinkomsten genereren om bestaande afschrijvingslasten te dragen.
De komst van spelers als Henrique en Brandt past bovendien niet goed bij het sobere beloningsbeleid dat Kroes invoerde. Ajax wilde de vaste salarissen beperken tot maximaal 2,5 miljoen euro, met een mogelijke Champions League-bonus. Voor sommige nieuwkomers kunnen tekengeld, loyaliteitsbonussen of andere constructies dat plafond deels omzeilen. Daarmee rijst de vraag of de eerder teruggebrachte langetermijnverplichtingen van de club weer oplopen. Die verplichtingen daalden volgens Ajax van bijna 500 miljoen naar ongeveer 325 miljoen euro; 300 miljoen gold als volgend doel.
De ervaren aankopen kunnen Ajax op korte termijn stabiliteit geven en de jeugdopleiding meer rust bieden. Daar staat tegenover dat oudere spelers als Henrique en Brandt waarschijnlijk weinig verkoopwaarde creëren en de doorstroming van talenten kunnen beperken. Ook is nog onduidelijk of de club haar doelstelling handhaaft om een selectie met ongeveer 40 procent zelfopgeleide spelers te hebben.
Financieel analist Jos Berden spreekt nog niet van een definitieve koerswijziging, maar ziet wel een offensievere aanpak en vermoedelijk meer ruimte voor hoge salarissen. Volgens hem wordt de strategie riskant als Ajax nog spelers moet verkopen, omdat kopende clubs dan weten dat Amsterdam inkomsten nodig heeft. Alleen de landstitel geeft de club nog zekerheid op Champions League-deelname. Als Ajax geen kampioen wordt en Europese kwalificatie mislukt, kunnen de extra uitgaven de financiële problemen vergroten en komt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij Cruijffs opvolger te liggen.
De Oranjezomer: Noa Vahle over mogelijke Ajax-transfer: 'Dat zou ik wel opvallend vinden!'