Jordi Cruijff (52) over zijn vader Johan: 'Hij zag altijd het voordeel in het nadeel, geen idee hoe hij dat voor elkaar kreeg'
In dit artikel:
Jordi Cruijff (52), technisch directeur van Ajax, staat dagelijks in de schaduw van zijn beroemde vader Johan: op straat in Barcelona, op straat in Amsterdam en letterlijk in het stadion dat zijn naam draagt. Ter gelegenheid van de tiende sterfdag van Johan Cruijff (24 maart) verschijnt een vierdelige documentaire over diens leven, die zaterdag in de Johan Cruijff Arena in première ging en kort daarna op televisie wordt uitgezonden (NTR/NPO1). De serie, gemaakt door makers met een indrukwekkende staat van dienst (producent James Gay‑Rees van onder meer Senna en Amy, regisseur Sam Blair), brengt spraakmakende getuigenissen samen — van Guardiola en Xavi tot Ruud Gullit en Jan Mulder — en bevat veel nooit eerder vertoond beeldmateriaal.
Jordi was door de producenten en zijn familie nauw betrokken bij de toestemming voor de documentaire, maar niet bij het creatieve maakproces. Vooraf was afgesproken dat dit gesprek zich zou richten op herinneringen aan zijn vader en op Jordis terugkeer naar Amsterdam, niet op zijn eigen plannen bij Ajax. In het interview reflecteert Jordi op hoe verschillend mensen Johan hebben gekend: als speler, als revolutionaire trainer, als maatschappelijke initiatiefnemer met stichtingen en opleidingsinstituten. Voor de familie bleef Johan bovenal "papa" — een man die privé anders werd gezien dan het publieke icoon.
Persoonlijke anekdotes illustreren zowel Johans karakter als de invloed op zijn gezin. Johan stond bekend om zijn optimistische, oplossingsgerichte instelling; zelfs bij tegenslag zocht hij direct naar een positieve wending. Jordi vertelt hoe zijn vader bij de ontdekking van een tweede tumor het nieuws paradoxaal positief presenteerde — een weerspiegeling van zijn manier van omgaan met moeilijke situaties. Jordi zegt dat hij vrede heeft met het feit dat zijn vader niet lang heeft geleden: "hij heeft wel vijf levens geleefd", zoals hij het samenvat, en heeft een nalatenschap achtergelaten die nog decennia lang doorwerkt.
Het interview belicht ook de menselijke kant van het beroemde gezin: de openheid tijdens de talkshow van Gary Neville toen Jordis dochter Danae ziek was — iets wat Jordi als therapeutisch ervaarde — en de pijnlijke ervaring met overijverige pers tijdens de ziekte van Johan, toen een journaliste al om vijf uur ’s ochtends voor de deur stond. Jordi prijst de Spaanse media in een ander geval: toen Danae ziek was, respecteerden veel Spaanse journalisten zijn wens om het privé te houden.
Jordi praat over opvoeding en waarden. Johan was streng en legde veel nadruk op een goede opleiding en het hebben van een plan B; dat principe heeft Jordi zelf aangehouden, met studies in business en marketing naast zijn voetbalcarrière. Hij herkent bij zichzelf het vermogen om te zoeken naar oplossingen in plaats van te blijven hangen in problemen — een kwaliteit die hij van zijn vader meent te hebben meegekregen. Tegelijk erkent hij dat Johan voetbalstress effectief thuis weghield: na een verlies was er thuis geen publieke onrust — een vaardigheid waar Jordi veel respect voor heeft.
De documentaire toont ook de wijdverbreide verering voor Johan in zowel Nederland als Catalonië. Jordi vertelt hoe zijn vader al in Barcelona indruk maakte door hem de naam Jordi te geven, vernoemd naar Sant Jordi — een daad die destijds tegen de regels van het Franco‑regime inging en veel symbolische betekenis had voor Catalonië. Beelden en beelden van Johan vullen stadions, trams en openbare plekken; beide clubs waarvoor hij uitblonk hebben tribunes of stadions die zijn naam dragen. Die dubbele verankering — in Amsterdam en Barcelona — ervaart Jordi dagelijks; mensen spreken hem overal aan met herinneringen of dankbaarheid.
Wat betreft zijn eigen plek: Barcelona voelt voor Jordi nog altijd als thuisbasis — zijn moeder woont er vlakbij en zijn kinderen groeiden er op — maar zijn werk ligt nu in Amsterdam. Hij is recent teruggekeerd en woont tijdelijk in een hotel om zich te kunnen focussen op Ajax. Hij erkent dat de vergelijkingen met zijn vader vroeger zwaar wogen, maar dat die druk afnam tijdens zijn tijd bij Manchester United, waar hij zichzelf kon zijn.
Praktische details uit het interview maken het beeld compleet: Jordi benadrukt dat de familie achter de documentaire staat, dat hij betrokken is bij de Johan Cruyff Foundation wanneer nodig (zijn zus is er meer bij betrokken), en dat de educatieve nalatenschap van Johan — de Johan Cruyff Academy, het Johan Cruyff College en het Johan Cruyff Institute — deel uitmaakt van wat Jordi "Johan Cruyff Education" noemt. Als kernles wijst Jordi tot slot op de morele erfenis: "treat people how you want to be treated" — mensen helpen wanneer je kunt was volgens hem Johans leidraad.
De vierdelige serie Cruijff biedt dus niet alleen een sporthistorisch portret, maar een veelzijdige verkenning van een man die als atleet, coach en maatschappijfiguur grote invloed had — en wier nalatenschap nog dagelijks voelbaar is, niet in de laatste plaats voor zijn zoon die nu in Amsterdam het voetbalbeleid mede vormgeeft.