Joppe (10) kan en mag niet meer naar school door zijn complexe zorgnoden: "Ik wil naar school, ik wil bijleren"
In dit artikel:
Tienjarige Joppe gaat niet meer naar school omdat zijn complexe zorgnoden niet opgevangen worden in de klas. Hoewel hij normaal begaafd is, lukt deelnemen aan lessen niet meer: groepswerk en prikkels veroorzaken heftige spanning en woede-uitbarstingen waardoor hij zichzelf en andere kinderen bang maakt. Hij vertelt dat hij wél wil leren en vrienden wil maken: "Ik wil bijleren. Ik kan zo geen vrienden maken."
Zijn problemen stammen al uit de kleuterklas, toen overprikkeling snel optrad in drukke omgevingen. Intussen kreeg hij meerdere diagnoses, waaronder autisme, ADHD en Gilles de la Tourette. Een overstap naar het buitengewoon onderwijs bracht geen structurele oplossing: ook daar verblijft hij vaak in een aparte rustruimte ("de huiskamer") in plaats van in de klas. De school vraagt ouders daarom meerdere dagen thuis te houden; uiteindelijk stopte Joppe volledig met naar school gaan. Zijn moeder moest haar werk opgeven om voor hem te zorgen.
Scholen benadrukken dat ze niet alleen voor één leerling verantwoordelijk zijn maar ook voor de groep. Volgens een schooldirecteur kan de aanwezigheid van een kind met sterke gedrags- of emotionele uitbarstingen het leerklimaat van anderen ernstig verstoren. Uit een enquête van Pano onder 68 scholen voor buitengewoon onderwijs blijkt dat 8 op de 10 scholen soms ouders vragen hun kind gedeeltelijk of volledig thuis te houden. Redenen zijn onder meer te zware belasting voor de leerling door de schoolomgeving, te grote impact van de problematiek op de school of het feit dat leerlingen wachtlijsten hebben voor psychiatrische opname.
Er is wel tijdelijke opvang: TOAH (tijdelijk onderwijs aan huis) voorziet in vier uur onderwijs per week voor kinderen met een medisch attest. Voor Joppe blijken die vier uur zinvol; thuis kan hij zich beter concentreren. Daarnaast neemt hij één halve dag per week deel aan activiteiten op een zorgboerderij, al past dat niet goed bij zijn interesses.
De situatie legt een zware druk op het gezin. Ouders voelen zich machteloos en onvoldoende geholpen door de beschikbare instanties. Kinderen zoals Joppe raken vaak neerslachtig doordat ze niet kunnen bijblijven op school en moeite hebben sociale contacten te leggen. Experts signaleren een stijging van uitval door psychische klachten en wijzen op tekorten aan rust- en opvangplaatsen op scholen en aan gespecialiseerde voorzieningen. De casus van Joppe illustreert dat zowel regulier als buitengewoon onderwijs niet altijd toegerust zijn voor leerlingen met complexe, gecombineerde zorgnoden.