Joost Derks: Lage groei, sterke munt. Het raadsel van de Chinese renminbi
In dit artikel:
Ondanks stijgende olieprijzen (China is ongeveer driekwart afhankelijk van geïmporteerde olie) en een verzwakte binnenlandse vraag, houdt de Chinese renminbi dit jaar verrassend goed stand: ruim 2% sterker tegenover de dollar en nog meer winst ten opzichte van de euro. Dat gebeurt terwijl de economie zichtbaar worstelt—investeringen in huizen, infrastructuur en industrie vielen vorig jaar voor het eerst dit millennium terug, vastgoedproblemen na Evergrande zijn nog niet opgelost en consumenten sparen meer vanwege vergrijzing en onzekerheid.
De verklaring ligt volgens valutaspecialist Joost Derks vooral in een doelbewuste beleidsmix. De People’s Bank of China oefent stevige controle over de wisselkoers en laat de valuta geleidelijk appreciëren om stabiliteit en kracht uit te stralen. Tegelijk zet president Xi Jinping nadruk op groeikwaliteit boven snelheid: het beleid richt zich op het vermijden van nieuwe zeepbellen, het stimuleren van binnenlandse consumptie en investeren in toekomstsectoren zoals elektrische voertuigen en robotica. Overcapaciteit in die sectoren drukt de prijzen, en de inflatie blijft met circa 1,3% laag vergeleken met veel westerse landen.
Die lage inflatie geeft de PBOC ruimere beleidsruimte dan westerse centrale banken, en samen met een lopende-rekeningoverschot zorgt het voor aanhoudende vraag naar renminbi. Kortom: de munt is niet zozeer een weerspiegeling van snelle groei, maar van gecontroleerd beleid en strategische beleidskeuzes. De column is een persoonlijke opinie van Derks en geen beleggingsadvies.