Joop Gall (62) helpt Oekraïense vluchtelingen: 'Als ze op een dag één keer lachen, geeft het mij een euforisch gevoel'

vrijdag, 3 april 2026 (21:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Joop Gall (62) staat tegenwoordig niet meer alleen langs de lijnen van profclubs, maar werkt sinds twee jaar als woonbegeleider voor ontheemde en gevluchte Oekraïners in Twijzelerheide. Voor die maatschappelijke stap was hij decennialang een vaste waarde in het noorderlijke voetbal: speler en later trainer van onder meer FC Groningen, Veendam, Heerenveen, Go Ahead Eagles en FC Emmen, en een herkenbaar gezicht aan de Langeleegte en in het Oosterpark.

Gall groeide op in de binnenstad van Groningen, vlakbij de rosse buurt, en heeft talloze stadsverhalen die zijn straatwijsheid en rauwe humor verklaren: als jongen liep hij er boodschappen voor de vrouwen, vond hij soms gestolen sieraden onder geparkeerde auto’s en zag hij harde conflicten waarvan de nasleep op straat bleef liggen. Die achtergrond voedde zijn onverbiddelijke speelstijl: een fanatieke linkspoot die graag provoceerde, medespelers manipuleerde en nooit voor de overwinning terugdeinsde. Dat leverde hem de status van local hero op, ook al beschreef hij zichzelf als soms “gemeen en irritant” op het veld.

Zijn loopbaan beslaat zeventien seizoenen in het betaalde voetbal. Gall brak meerdere keren zijn neus en arm, speelde met legendes als Erwin Koeman en Milko Djurovski en maakte promoties mee met Veendam. Als trainer leidde hij jongelingen en seniorenteams, stond vijf jaar aan het roer bij Jong FC Groningen en was betrokken bij het ontluiken van talenten; voorbeeld: hij vond dat Arjen Robben direct in het eerste elftal van Groningen thuishoorde en stond later model voor zijn rol bij het doorzetten van Wout Weghorst richting het internationale niveau.

Na jaren in het profvoetbal volgden buitenlandse ervaringen: hij werkte in Oekraïne, waar hij korruptiepraktijken aantrof; in China, waar hij het begin van de coronacrisis meemaakte; en op Bali, waar hij een half jaar het paradijs proefde. Terug in Nederland verlangde hij naar rust en kleinkinderen, maar de dood van zijn goede vriend Boy Nijgh bracht hem weer terug naar het amateurvoetbal als trainer van SC Stadskanaal — hij voelde zich niet te groot voor een zondag tweedeklasser.

De laatste jaren kreeg Gall ook lichamelijke tekenen van het harde vak; hij leeft nu met een hele en een halve kunstknie en doorliep een zware herstelperiode. Toch blijft hij actief en betrokken, vooral nu in de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Via een oud-speler kwam hij in contact met een project voor woningenbegeleiding in Achtkarspelen; Gall leerde wat het betekent om mensen te helpen die rechtstreeks uit een oorlogssituatie komen. Hij werkt met psychologen en collega’s aan de opvang van zwaar getraumatiseerde mensen en wordt erdoor geraakt als bewoners — al is het voor even — kunnen lachen.

Persoonlijk reflecteert Gall dat voetbal hem van een andere, gevaarlijker levensweg weghield: veel jeugdvrienden raakten verslaafd of crimineel, terwijl hij via het spel eigen kansen pakte. Zijn carrière, vol rauwe anekdotes en harde keuzes, laat zien hoe een noordelijke volksjongen uitgroeide tot een boegbeeld dat nu zijn energie inzet voor kwetsbaren die oorlog ontvlucht zijn.