Joodse woordvoerders blij met externe druk Verenigde Staten, want „beschuldigingen zijn flauwekul"

zaterdag, 21 februari 2026 (09:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Amerikaanse ambassadeur Bill White mengde zich recent online in een Belgische controverse rond rituele besnijdenissen, en Joodse woordvoerders steunen zijn veroordeling van het lopende onderzoek. Sinds 2023 lopen er strafprocedures tegen drie moheels uit Antwerpen; zij worden verdacht besnijdenissen te hebben uitgevoerd zonder de officieel vereiste medische betrokkenheid. White noemde het onderzoek een onacceptabele intimidatie van de Joodse gemeenschap en riep minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke op om zich uit te spreken.

Binnenlandse politici reageerden verontwaardigd: volgens hen bemoeit een ambassadeur zich met binnenlandse aangelegenheden en zou een minister zich niet publiekelijk mogen uitspreken over een lopend strafrechtelijk onderzoek omdat dat de scheiding der machten kan ondermijnen. N-VA-voorzitter Valerie Van Peel formuleerde die kritiek expliciet. Tegelijk ontstond discussie over N-VA-parlementslid Michael Freilich; sommigen beweerden dat hij in de VS had aangedrongen op druk om het onderzoek stop te zetten. Freilich ontkent die aantijgingen en zegt alleen om hulp te hebben gevraagd voor een helder wettelijk kader rond besnijdenissen.

Leiders van Joodse organisaties reageren fel tegen de beschuldigingen en steunen deels de Amerikaanse ambassadeur. Ralph Pais (vicevoorzitter Forum der Joodse Organisaties) noemt de insinuaties tegen Freilich antisemitisch en wijst op een terugkerende complottheorie dat Joden “aan de knoppen” zouden zitten. Patricia Teitelbaum (voorzitter IMPAC) ziet de zaak als een zichtbaar voorbeeld van groeiend institutioneel antisemitisme in België: na beperkingen op ritueel slachten vreest zij dat nu ook rituele besnijdenissen worden aangevallen, met mogelijk uitdrijving van joodse gezinnen als gevolg. Beide woordvoerders benadrukken dat de brit mila (de rituele besnijdenis) al eeuwenlang zonder noemenswaardige incidenten in België plaatsvindt en dat problemen van een enkele klokkenluider geen reden mogen zijn om de hele gemeenschap te stigmatiseren.

Die klokkenluider, Moshe Friedman, krijgt weinig sympathie: hij wordt door meerdere Joodse leiders gezien als niet-representatief en omstreden vanwege eerdere uitspraken en contacten. Tegelijk uiten de woordvoerders zorgen over politiedwang: tijdens huiszoekingen zouden lijsten met namen van alle besneden kinderen zijn opgeëist — iets dat volgens hen gevoelige historische associaties oproept.

Woordvoerders erkennen dat de juridische status van rituele besnijdenis in België een grijs gebied is en pleiten juist voor een duidelijke wettelijke omkadering die religieuze vrijheid respecteert. Hun kernvraag blijft dat Joden in België normaal hun geloof en tradities moeten kunnen blijven beoefenen, zonder dat dat leidt tot criminalisering of onterechte intimidatie.