Jongeren zijn alles tegelijk: vitaal en vrolijk experimenterend, lusteloos en soms ook destructief
In dit artikel:
De Groene Amsterdammer wijdt zijn dubbeldikke zomernummer, verschenen op 8 juli 2026, volledig aan de jeugd: een levensfase van energie, tegendraadse ideeën, risicogedrag en fouten die nog mogen worden gemaakt. In het hoofdthema wordt jeugd neergezet als bron van vernieuwing, maar ook als iets waar samenlevingen zich telkens opnieuw zorgen over maken. Daarbij wordt verwezen naar historische en actuele voorbeelden, van de studentenopstand van mei ’68 in Parijs tot jongeren die vandaag de straat op gaan tegen corruptie en nepotisme in andere delen van de wereld.
Tegelijk schetst het nummer een heel ander beeld van jongeren in het Westen: kwetsbaar, schermafhankelijk en steeds vaker in aanraking met psychische hulp. De populariteit van Jonathan Haidts boek The Anxious Generation, dat waarschuwt voor de mentale gevolgen van digitale media, heeft zelfs geleid tot wereldwijde acties en in sommige landen tot smartphone- en socialemediabeperkingen.
Het zomernummer verkent die spanning breed: van ontvoerde Oekraïense kinderen en klimaatbezorgde jongeren die toch gezinnen stichten tot de vraag waarom de verlate volwassenheid van de zogenoemde “kidult” zo zichtbaar is. Ook komen figuren als psychologe Alice Miller en kinderboekenschrijfster Astrid Lindgren aan bod, evenals het verhaal van Ismail Ilgun, de voormalige ‘treitervlogger’ uit Zaandam, die volgens een terugblik inmiddels zelf met irritatie naar hangjongeren kijkt. De rode draad: jongeren zijn nooit eenduidig, maar tegelijk hoopvol, lastig, creatief en kwetsbaar — en de geschiedenis laat zien dat het meestal toch weer goed komt.
De Oranjezomer: Victor Vlam staat volledig achter zijn woorden over Tim Hofman: 'Een prutser als journalist'