Jongeren dagen Rotterdamse haven: Stop met fossiele brandstoffen
In dit artikel:
Een groep jongeren, ondersteund door Advocates for the Future (AftF), heeft dinsdag in Rotterdam een unieke klimaatzaak aangekondigd tegen Havenbedrijf Rotterdam. AftF eist dat het overheidsbedrijf een afdwingbaar afbouwplan voor fossiele activiteiten opstelt, zodat de haven bijdraagt aan het wereldwijde doel om de opwarming tot 1,5 °C te beperken. De eis is niet gericht op onmiddellijke sluiting, maar op dat het havenbedrijf vanaf nu de regie neemt over de transitie weg van kolen, olie en gas.
De aanleiding is het grote aandeel van de Rotterdamse haven in de wereldwijde CO2-uitstoot: een CE Delft‑analyse uit 2024 rekent voor dat de in- en doorvoer van fossiele brandstoffen via de haven goed is voor circa 604 megaton CO2‑equivalent per jaar — ruim 3,5 keer de Nederlandse jaarlijkse uitstoot en meer dan 1 procent van de mondiale emissies. Havenbedrijf Rotterdam beheert het terrein en faciliteert daarmee volgens AftF de fossiele handel en verwerking, ook voor doorvoer naar buurlanden zoals Duitsland.
De zaak is opmerkelijk omdat het de eerste rechtszaak tegen een overheidsbedrijf betreft; het havenbedrijf is voor 70 procent eigendom van de gemeente Rotterdam en voor 30 procent van de Nederlandse Staat. AftF stelt dat juist die publieke eigendom een bijzondere maatschappelijke plicht met zich meebrengt: het beschermen van huidige en toekomstige generaties tegen gevaarlijke klimaatverandering. Eerdere rechterlijke uitspraken en wetenschappelijke rapporten zouden een juridische en inhoudelijke basis bieden voor zo’n eis, en de Wetenschappelijke Klimaatraad heeft onlangs ook opgeroepen tot versnelling van de industriële transitie.
Tijdens de aankondiging vertelde een van de jongeren, 19‑jarige rechtenstudente Rivka Meelis, dat ervaringen met overstromingen haar motivatie zijn om de zaak aan te spannen; zij droeg de sommatiebrief persoonlijk aan het havenbedrijf aan. Het havenbedrijf laat weten de brief te bestuderen, erkent gedeelde zorgen over klimaatverandering en praat over groene ambities (zoals grootschalige waterstofprojecten), maar betwijfelt of een verplicht afbouwpad past bij het maatschappelijk belang en zijn rol. Als de zaak doorzet en in het gelijk wordt gesteld, kan dat precedentwerking hebben voor andere publieke en private spelers in de energiesector.