Jongere generaties meestal rijker dan hun voorgangers
In dit artikel:
Uit analyses van het CBS blijkt dat jongere generaties op dezelfde leeftijd meestal meer koopkracht en vermogen hebben dan oudere generaties. Dat komt onder meer doordat de koopkracht tussen 1977 en 2024 toenam. Op 45-jarige leeftijd ligt die van de pragmaten, geboren tussen 1970 en 1985, bijna anderhalf keer zo hoog als die van de babyboomers (1945-1955). Tot ongeveer 25 jaar hebben jongere generaties juist minder te besteden, mede doordat zij langer studeren.
Bij alle generaties stijgt de koopkracht gemiddeld tot ongeveer 55 jaar, waarna deze afneemt. Babyboomers kregen in hun twintigste en dertigste jaren te maken met de recessie van de jaren tachtig. Ook werkten vrouwen uit die generatie na de geboorte van kinderen vaker minder of niet meer. Bij jongere generaties bleef de koopkracht tijdens de dertiger jaren sterker groeien, vooral bij millennials.
Ook het doorsnee vermogen nam in de loop der tijd toe, met name door stijgende huizenprijzen tussen 2014 en 2022. Daarna daalde het onder invloed van de hoge inflatie. Jongere generaties werden bovendien minder hard geraakt door de crisis van 2009-2013. De groei van het vermogen van millennials tussen hun dertigste en veertigste was opvallend sterk.
Het eigenwoningbezit nam sinds de jaren zeventig toe, maar verschilt per leeftijd. Jongvolwassenen uit de generaties 1955-2000 bezitten ongeveer even vaak een woning; generatie Z blijft achter door het woningtekort en de hoge prijzen. Tussen 25 en 45 jaar ligt het bezit onder pragmaten het hoogst, terwijl de stille generatie gedurende haar leven duidelijk achterblijft.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’