Jonge kinderen met spoed uit gezinshuis gehaald in Noord-Drenthe. In de boerderij werden eerder kinderen opgesloten in een bed met tralies
In dit artikel:
Eind januari werden twee meisjes van niet ouder dan zes met spoed weggehaald uit een gezinshuis op het platteland van Noord-Drenthe, nadat de kinderrechter forse zorgen had geconstateerd over hun welzijn. De uitspraak van rechtbank Noord-Nederland (eind januari), die recent online verscheen, verwijst naar eerdere signalen: jeugdbeschermingsorganisatie William Schrikker Stichting (WSS) meldde al in oktober en jaren eerder ernstige bezwaren over hetzelfde gezinshuis en zette toen al spoedhulp in en een melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Destijds stopte de gezinshuismoeder de samenwerking en haalde WSS vijf kinderen weg.
Ondanks die voorgeschiedenis werden in november opnieuw twee jonge meisjes in dat gezinshuis geplaatst, zonder rechterlijke toestemming. De jeugdbescherming van het Leger des Heils vroeg maanden later alsnog toestemming om het verblijf te legaliseren, maar de kinderrechter vond de risico’s te groot en beval onmiddellijke uithuisplaatsing. In een andere Drentse zaak in november werden ook twee kinderen uit een gezinshuis in Niekerk met spoed weggehaald; daar lopen politieonderzoeken naar mogelijke mishandeling en het gedwongen laten bijten door een hond.
Ouders, WSS en documenten spreken van schrijnende praktijken in het Drentse gezinshuis: jonge kinderen zouden in peuterbedjes met tralies hebben gelegen, soms in luiers hebben geslapen en zichzelf hebben bevuild; er zijn verklaringen over vastbinden op bed, buitenzetting en dreigementen met foto’s van een jeugdgevangenis. In een uitspraak staat zelfs dat een kind in een taxi was vastgebonden. De gezinshuismoeder bestrijdt veel van die aantijgingen, zegt dat waarnemingen zijn weggelaten of verkeerd zijn begrepen en benadrukt volgens haar goede samenwerking met gemeente en jeugdhulpinstanties.
Ook over het gedrag en de uitspraken van de gezinshuismoeder bestaan tegenstrijdige verklaringen. De moeder van twee nu weggehaalde kinderen vertelde de rechter dat de gezinshuismoeder complottheorieën en beschuldigingen uitsprak over jeugdzorginstanties; een begeleider van die moeder bevestigde dat dergelijke uitspraken zijn gedaan. De gezinshuismoeder erkent een eerdere veroordeling voor betrokkenheid bij het verbergen van een kind in 2017, maar noemt de situatie anders dan door sommigen geschetst.
WSS benadrukt dat de zorgen met name betrekking hebben op het pedagogisch klimaat en dat de organisatie die al eerder bij de rechter had ingebracht. Toen de rechter in oktober anders besliste, respecteerde WSS dat oordeel; na de nieuwste uitspraak heeft WSS het laatste kind dat nog in het gezinshuis verbleef alsnog weggehaald. De kinderrechter uit ook kritiek op het Leger des Heils: het kon niet uitleggen waarom de gevraagde legalisatie van de plaatsing pas na twee maanden werd ingediend. Vanwege ernstige twijfels over de situatie en de betrokken instanties werd een bijzondere curator aangesteld om de belangen van de kinderen te behartigen.
De zaak laat zien dat er in Nederland geen centrale ‘zwarte lijst’ is van opvanglocaties met herhaaldelijke misstanden, waardoor organisaties theoretisch opnieuw kinderen naar plekken met eerdere zorgen kunnen sturen. Het Leger des Heils heeft aangegeven later inhoudelijk te willen reageren wanneer alle feiten zijn verzameld.