Jetten wil bouwen, maar Almere wil eerst geld zien voor een nieuwe metrolijn
In dit artikel:
Almere dreigt delen van zijn grote uitbreidingsplannen stil te zetten als het Rijk niet garant staat voor een nieuwe vaste of snelle OV-verbinding met Amsterdam. De waarschuwing komt van wethouder Paul Tang (PvdA): zonder een expliciete rijksbijdrage voor die verbinding zal de gemeente projecten zoals de nieuwbouw op Pampus niet afmaken.
Waarom dit speelt: het kabinet-D66/CDA/VVD wil versneld tienduizenden woningen bijbouwen om de woningcrisis te lijf te gaan. Almere is aangewezen als één van de belangrijkste locaties: in de bestaande en geplande wijken — vooral Pampus, Oosterwold en het centrumgebied — zouden samen ongeveer 70.000 woningen moeten verrijzen. Pampus alleen is een nog lege polder van circa 1.000 hectare waar ongeveer 35.000 huizen, plus scholen, winkels en zorgvoorzieningen gepland staan. Dat maakt Almere essentieel voor de landelijke bouwopgave.
Wat Tang eist is concreet: een toegezegde pot geld in het rijksbudget die exclusief bestemd is voor een nieuwe verbinding tussen Almere en Amsterdam, en de garantie dat die gelden niet voor andere doelen worden gebruikt. Hij wil bovendien vastleggen dat als Den Haag uiteindelijk besluit geen metrolijn of brug/tunnel te bouwen, Almere het geld kan behouden als compensatie. De gemeente rekent dat een geschikte IJmeer-verbinding — of het nu een brug of tunnel wordt — minstens zo’n 7 miljard euro kan kosten. Voor de voorbereidende fase van Pampus gaf het Rijk in 2024 al 54 miljoen euro, maar voor de miljardenkosten van de daadwerkelijke OV-verbinding is tot nu toe geen extra post gereserveerd in het regeerakkoord.
De praktische reden voor de eis is bereikbaarheid: er zijn al flinke files tussen Almere en Amsterdam, en bij tienduizenden extra woningen zouden die problemen alleen maar toenemen. Almere kan zelf de miljarden niet ophoesten en is daarom afhankelijk van steun uit Den Haag. Het ministerie meldt dat de eerste 7.500 woningen in Pampus met een buslijn kunnen worden bediend, maar gaat verder niet inhoudelijk in op plannen voor een nieuwe IJmeerverbinding.
Andere betrokken partijen zijn terughoudend. De gemeente Amsterdam noemt een brug met Almere belangrijk, maar heeft zelf ook grote infrastructurele wensen (zoals een verlengde Noord/Zuidlijn richting Schiphol en het Zuidasdok) die concurreren om dezelfde publieke middelen. De provincie Flevoland benadrukt dat goede weg- en spoorverbindingen cruciaal zijn voor Pampus. Het Rijk bezit veel bouwgrond in het gebied, waardoor het in onderhandeling een sterke positie heeft.
Twee transportexperts die in het artikel aan het woord komen, waarschuwen voor te starre koppelingen tussen woningbouw en één grote infrastructuurmaatregel. TU Delft-hoogleraar Bert van Wee vindt integrale afwegingen nodig, en Marco te Brömmelstroet (UvA) zegt dat bouwen bij locaties die al – of sneller – goed bereikbaar zijn vaak slimmer is; Pampus zou wel kunnen functioneren zonder metro, maar vraagt dan om lokale voorzieningen om lange pendeltijden te beperken.
De uitkomst van de discussie over financiering en planning is doorslaggevend: zonder duidelijke rijkscommitment blijft Pampus voorlopig lege polder, en kan de afbouw van Almere’s bijdrage aan de nationale woningopgave vertragen — een tegenslag voor het kabinet dat juist snelle huisvesting wil realiseren. Wethouder Tang stelt dat hij de landelijke doelstellingen niet wil dwarsbomen, maar wel duidelijkheid en garanties nodig heeft voordat Almere verder bouwt.