Jetten is terecht nog terughoudend met steun energie
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten kreeg deze week harde kritiek na het presenteren van een pakket van ongeveer een miljard euro om de ergste gevolgen van de oplopende brandstofprijzen te dempen. De maatregelen zijn beperkt van omvang en stuiten op vragen of ze toereikend en op tijd zijn nu de geopolitieke spanningen groeien.
De aanleiding is de escalatie rond Iran en de daarvoor gevoerde militaire acties, die het wereldwijde aanbod van olie, gas, kunstmest en andere grondstoffen onder druk zetten—met name via de strategisch belangrijke Straat van Hormuz. De onrust vertaalt zich ook in de Nederlandse samenleving: het consumentenvertrouwen daalde deze maand het sterkst sinds de coronapandemie, zo meldt het CBS. Tegelijk zorgen de constante dreigende retoriek en wisselende geruststellingen vanuit Washington voor een aanhoudend gevoel van onzekerheid.
De economische gevolgen zijn ongelijk verdeeld. Landen dicht bij het conflict en netto-importeurs van energie, vooral in Azië, worden relatief het hardst geraakt; rijke, verre importeurs zoals Europa en Nederland kunnen de hogere prijzen beter dragen. Hoewel de olieprijs recent steeg van circa 60–70 naar rond de 100 dollar per vat, is dat nog niet vergelijkbaar met de explosieve gasprijsstijging tijdens de energiecrisis na de inval van Rusland in Oekraïne. Het Centraal Planbureau komt dan ook met relatief milde scenario’s voor Nederland: zelfs in het ruwste uitvalsscenario rekent het CPB op hooguit een beperkte recessie en een bescheiden koopkrachtverlies.
Nationaal is de pijn eveneens ongelijk: het huidige steunpakket richt zich op de zwakste huishoudens en bedrijven, in tegenstelling tot de meer generieke steun tijdens de vorige crisis. Generieke maatregelen zoals accijnsverlagingen zijn snel invoerbaar maar politiek moeilijk terug te draaien, blijkt uit ervaring. De advieslijn van de schrijver is duidelijk: de tijdelijke steun kan verstandig zijn, maar er moet snel opgeschaald worden indien nodig — en vooral moet structureel geïnvesteerd worden in minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, meer duurzame opwekking en een robuuster elektriciteitsnet.
Een Europees gecoördineerde aanpak verdient volgens het betoog de voorkeur: gezamenlijke inkoop, betere verdeling van raffinagecapaciteit en eventueel afromen van tijdelijke excessieve winsten kunnen helpen om Europa minder kwetsbaar te maken voor toekomstige schokken.