Jetten gaat Curaçao financieel niet helpen bij wijkaanpak
In dit artikel:
Curaçao zoekt steun bij Nederland voor de aanpak van probleemwijken. Premier Gilmar Pisas zei in Willemstad dat hij Nederlandse kennis wil inzetten, maar ook heeft gevraagd om financiële bijdragen nadat eerdere tegenslagen veel geld opslokten en er weinig overbleef voor wijkaanpak. Pisas refereerde aan zijn eigen ervaring met een buurtprogramma dat hem destijds op het rechte pad hield.
Nederlandse premier Rob Jetten bezocht samen met Pisas de wijk Seru di Papaya en maakte duidelijk dat Nederland wil meewerken, maar niet met rechtstreekse financiële steun aan Curaçao; wel wordt hulp geboden in de vorm van expertise en kennisuitwisseling. Voor de bijzondere gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius geldt wél andere, meer directe ondersteuning vanwege hun bestuurlijke status binnen het Koninkrijk.
In Seru di Papaya kregen de bewindslieden een beeld van armoede en gebrek aan voorzieningen: veel gezinnen leven onder de armoedegrens en kinderen moeten ver reizen omdat er geen school in de buurt is. Ongeveer 30% van de Curaçaose bevolking — circa 16.800 huishoudens — zit onder de armoedegrens (3.200 gulden bruto per maand); de bijstandsuitkering bedraagt iets meer dan 400 gulden. Jetten benadrukte dat Nederland kan helpen met onder meer schuldhulp en institutionele hervormingen, zodat Curaçao op termijn zelf weer veerkrachtiger wordt.