Jetten fopt inzake Iran wederom progressieve geestverwanten
In dit artikel:
Bij het recente D66-partijcongres (zaterdag) maakte Rob Jetten opnieuw duidelijk dat hij wil inzetten op de-escalatie rond de oorlog met Iran. Kort daarna trad echter het VVD/CDA-smaldeel in de Kamer naar voren en nam afstand van die koers; die groep luistert naar de koers van Mark Rutte en staat in de huidige discussie opvallend sympathiek tegenover Trump en Netanyahu. Buitenlandse zaken-minister Tom Berendsen (CDA) riep desondanks de Iraanse ambassadeur ter verantwoording, niet de Amerikaanse — een keuze die volgens de schrijver de pro-Amerikaanse reflex in Den Haag blootlegt.
De kritiek richt zich vooral op dubbele standaarden: waar sommige regeringen (Spanje, later Canada) de aanvallen op Iran en Libanon expliciet veroordelen, tonen Nederlandse atlantici begrip voor de Amerikaanse en Israëlische acties. Juridisch gezien werpt dit vragen op: er wordt volgens critici afgesneden gezien van de regels van het VN-Handvest (met name artikel 2 lid 4) en van het humanitair oorlogsrecht. Bovendien is er vanuit de Verenigde Staten ook binnenlands debat over de vraag of presidentsoptreden zonder expliciete parlementaire toestemming wel constitutioneel verdedigbaar is.
Politiek-economische en veiligheidsgevolgen komen eveneens aan bod. De schrijver waarschuwt dat neoliberale beleidskeuzes hebben geleid tot kritieke digitale en publieke functies die onder Amerikaanse techleveranciers vallen — systemen die onder Amerikaanse wetgeving vallen en privacyrisico’s meebrengen. Als voorbeeld wordt genoemd dat een alarmerend rapport over de risico’s van Amazons cloud door het ministerie van Justitie snel van het web werd gehaald. Ook privatisering van zorg, kinderopvang en woningmarkt legde volgens de kritiek te veel macht in handen van Amerikaanse bedrijven die vaak met lage arbeidsvoorwaarden en hoge winstmarges werken; wapeninkopen en defensie-uitgaven zouden bovendien vooral buitenlandse, met name Amerikaanse en Israëlische leveranciers bevoordelen.
De schrijver verzet zich tegen het idee dat het morele karakter van een regime automatisch het recht geeft tot extrajuridische aanvallen; zelfs extreem repressieve leiders moeten volgens hem via formele juridische procedés worden berecht (internationaal gerechtshof, sancties) en niet door buitengerechtelijke moord of bombardementen. Als bredere context haalt hij historische Amerikaanse interventies aan — Vietnam, Chili, Irak, Afghanistan enz. — als voorbeelden van hoe uitroepen van democratie vaak leidt tot chaos en instabiliteit. Afsluitend roept de tekst progressieve stemmen op om duidelijk kleur te bekennen in dit debat.