Jetten en hele EU worstelen met Iran-oorlog, kritiek én begrip voor Trump

dinsdag, 3 maart 2026 (19:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Tijdens zijn kennismakingsbezoek aan Brussel werd premier Rob Jetten meteen geconfronteerd met één onderwerp: de door de VS en Israël begonnen militaire acties tegen Iran. Jetten zei begrip te hebben voor de bezorgdheid over het Iraanse regime, maar erkende ook dat de afgelopen aanvallen “enigszins op gespannen voet” met het internationaal recht staan. Die ambivalente houding weerspiegelt de verdeeldheid binnen de EU over de legitimiteit van de operatie.

Sommige leiders, zoals de Spaanse premier Sánchez, uitten harde kritiek op de Amerikaanse aanpak en verboden het gebruik van Spaanse militaire bases voor aanvallen op Iran. Andere partners, waaronder de Duitse bondskanselier Merz, vonden dat openlijke veroordelingen op dit moment contraproductief zijn. De verdeeldheid wordt mede gedreven door de politieke realiteit: veel Europese regeringen willen de relatie met president Trump niet verstoren omdat zijn betrokkenheid essentieel wordt geacht voor de veiligheid in Oekraïne.

Juridische experts wijzen erop dat de militaire acties waarschijnlijk in strijd zijn met het internationaal humanitair recht. Tegelijkertijd erkennen velen dat Europese staten strategische belangen hebben — bijvoorbeeld het voorkomen van een Iraanse atoombom en de hoop op regimeverandering — waardoor men terughoudend reageert op de middelen die daarvoor worden ingezet.

De Europese Unie maakt zich ook praktische zorgen. Honderdduizenden EU-burgers in het Midden-Oosten lopen risico; landen zijn begonnen met evacuaties. De oorlog kan energieprijzen verder opdrijven en volgens het EU-asielagentschap kan een grote vluchtelingenstroom ontstaan. Vooral Cyprus staat onder druk: het eiland ligt dichtbij Israël en werd getroffen door een Iraanse drone nadat het Verenigd Koninkrijk toestemming gaf zijn bases te gebruiken voor ‘defensieve’ acties. Cyprus is dit halfjaar voorzitter van de EU, waardoor annuleringen en uitstel van geplande bijeenkomsten al volgden. Griekenland en Frankrijk hebben militaire middelen naar het eiland gestuurd; Groot-Brittannië overweegt dat ook. Mocht Nicosia een beroep doen op artikel 42.7 van het EU-verdrag — het EU-equivalent van NAVO’s artikel 5 — dan ligt directe betrokkenheid van de Unie in de oorlog op de loer.

Kortom: de Iranoorlog heeft de EU geen gemeenschappelijke positie opgeleverd maar wel een nieuw, complex veiligheidsdossier. Terwijl lidstaten worstelen met juridische en morele vragen, en de praktische gevolgen toenemen, blijft Europa grotendeels aan de zijlijn van een conflict dat grote gevolgen voor de regio en voor Europese belangen kan hebben.