Jesse Klaver en zijn socialisten-revolutionairen

zaterdag, 28 maart 2026 (12:08) - Joop

In dit artikel:

PvdA en GroenLinks treden voortaan samen op onder de naam Progressief Nederland, en dat leidde meteen tot verwarde reacties in de media. Kritiek richtte zich op het woord “progressief” — zou dat mensen uitsluiten, of is het juist D66-terrein? Nog prikkelender werd het toen Jesse Klaver de partij afkorte tot “Pro”, wat lokale groeperingen met soortgelijke naamgeving (inclusief anti-AZC-actiegroepen) verontrustte. De oprichters zullen ongetwijfeld aan eerdere pogingen tot brede links-progressieve samenwerkingen gedacht hebben, zoals het Progressief Akkoord van 1969 en het oppositieakkoord van 2021, maar de auteur van het commentaar bestempelt de nieuwe naam vooral als onschuldig en vaag: een label dat zoveel mogelijk wil bedienen maar weinig inhoud uitstraalt, terwijl expliciete termen als “socialisme” op het lanceerfeest vermeden werden.

De schrijver maakt vervolgens een historische sprong en vergelijkt de nieuwe brede, ongedefinieerde partijvorm met de socialisten-revolutionairen (SR) uit het tsaristische Rusland. Die partij was niet-marxistisch, baseerde zich op idealen van natuurlijke onderlinge zorg en agrarische gemeenschapszin, en kon daardoor uiteenlopende, zelfs tegenstrijdige richtingen omvatten: van gematigde parlementariërs als Aleksandr Kerenski — die na de Februarirevolutie aan de macht kwam en verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering uitschreef — tot een radicaalere vleugel die geweld niet schuwde en betrokken was bij aanslagen op hooggeplaatste functionarissen. De SR wonnen bij de verkiezingen voor de grondwetgevende vergadering veel zetels, terwijl de bolsjewieken minder stemmen haalden; de Constituerende Vergadering werd echter door de bolsjewieken opgeheven. De auteur belicht ook het latere lot van SR-activisten: mislukte aanslagen, showprocessen in de jaren twintig, doodvonnissen en latere zuiveringen door Stalin — en verwijst naar Marc Jansen als deskundige op Oekraïense aspecten van die geschiedenis.

Die historische vergelijking gebruikt de columnist deels ironisch: “Jesse Klaver en zijn socialisten-revolutionairen” klinkt hem als muziek in de oren — een persoonlijke, bijna nostalgische reactie. Tegelijk waarschuwt hij impliciet dat brede, diffuus geformuleerde partijen alle kanten op kunnen slingeren en dat vaagheid politieke slagkracht en scherpte kan missen.

Tot slot wijst hij erop dat actuele dossiers niet mogen verdwijnen achter partijpolitieke naamvoering: de toeslagenaffaire moet in het publieke debat blijven en ook de Groningse gasproblematiek, zeker nu enige winningen nog lopen en Friesland een omstreden compensatie krijgt. De tekst sluit met een aanbeveling voor de podcast Het Geheugenpaleis, die politiek-historische onderwerpen behandelt.