Je ziet Joden eigenlijk nooit Palestijnse vlaggen verbranden - Theodor Holman

dinsdag, 5 mei 2026 (19:44) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Een vriend schrijft in dagboekvorm over een dag vol symbolisch geweld: het verbranden van een vlag, het slaan en in brand steken van een pop (mogelijk een karikatuur van Trump), het bekogelen, neerhalen, besmeuren en uiteindelijk verbranden van een portret, en het plannen om een herdenkingsmonument te bekladden. De verteller ervaart dat als bevredigend en stelt dat zulke handelingen vooral een expressie van machteloosheid zijn: het vernietigen van symbolen geeft de illusie van overwinning zonder echte inzet.

De auteur trekt breed verband: vlagverbranding en monumentenbekladding zijn vooral theatrale, kinderachtige handelingen die weinig overtuigingskracht hebben en eerder irritatie oproepen dan begrip. Hij waarschuwt wel voor het gevaar wanneer symbolen mensen worden — dan verdwijnt empathie en kunnen aanslagen zoals 9/11 of politieke terreur volgen, omdat de daders het menselijke leven reduceren tot representatie van een vijandige ideologie. Hij vergelijkt hedendaags massaal vlagvertoon bij pro-Palestijnse demonstraties met historisch nazisymbolisme en noemt de zorgwekkende toename van antisemitische gevoelens en incidenten, mede na de aanval van Hamas op 7 oktober, zonder de nuance van individuele oorzaken te verwaarlozen.

Daarnaast wijst hij op asymmetrie: zelden ziet hij Joden Palestijnse vlaggen verbranden of willekeurige Palestijnen vermoorden in westerse steden — en het idee dat geweld voortkomt uit zuivere razernij ontkent complexe politieke motieven. Symbolvernietiging is volgens hem geen effectief politiek wapen; het ontmenselijkt de tegenstander en kan escalatie legitimiseren. Kortom: spektakel van vernieling is bevredigend voor de uitvoerders, maar politically en moreel contraproductief — en het risico bestaat dat het eerder bijdraagt aan ontmenselijking en geweld dan aan verandering.

Kolom door Theodor Holman; verschijnt op SlordigLeven.nl.