'Je kan het duizend keer zeggen: oorlog is het aan beide kanten plegen van oorlogsmisdaden' - Theodor Holman

woensdag, 17 juni 2026 (07:44) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

In een persoonlijke, bij vlagen spottende brief aan “Bartholomeus” begint Theodor Holman met een jeugdherinnering aan het woord “ontiegelijk” en glijdt zo naar een ernstiger onderwerp: de groeiende vijandigheid tegenover Joden in Nederland en de manier waarop hijzelf en Israël publiekelijk worden weggezet. Holman schrijft dat hij zelf soms als “fascistisch” of “racistisch rechts” wordt gekarakteriseerd en ziet in zulke etiketten dezelfde reflex als mensen die Israël beschuldigen van genocide — een vergelijking die hij scherp verwerpt. Volgens hem is er een fundamenteel verschil tussen de realiteit in Israël en de gruwelen van het nationaalsocialisme: er zijn geen gaskamers, geen systematische deportaties en geen afschaffing van democratische instituties zoals in het Derde Rijk.

Holman maakt duidelijk dat zijn kritiek niet bedoeld is om het Palestijnse leed te bagatelliseren, maar hij stelt dat veel verontwaardiging over Israël moreel onoprecht of historisch ongegrond is. Hij waarschuwt dat wat als sympathie voor Palestijnen wordt gepresenteerd in feite vaak omslaat in open antisemitisme: pesterijen, discriminatie en bedreigingen tegen Joden in Nederland nemen volgens hem toe en worden gelegitimeerd door publieke opinie en beleidsbeslissingen. Als voorbeelden noemt hij bedreigende woorden en handelingen in Amsterdam (gemeenteraadsbesluiten, onrust op universiteiten, signalen uit media) en een concrete daad van vernieling op Texel, waar een winkelruit van een tachtigjarige werd beklad met hakenkruizen en een davidster — een gebeurtenis die Holman vergelijkt met het dreigende antisemitisme van vroeger.

Hij haalt historische voorbeelden aan van intellectuelen en kunstenaars die uit Europa moesten vluchten en vreest dat Nederland een soortgelijk verlies van cultuur dreigt te ondergaan als Joodse Nederlanders vertrekken. Holman ervaart persoonlijk angst en verontwaardiging: hij ziet jongeren die anti-Israëlische sympathieën uiten, organisaties en publieke figuren die volgens hem te ver gaan, en partijen of personen die de Holocaust zouden relativiseren. Hij noemt specifiek enkele namen en incidenten om te laten zien dat het probleem niet alleen van de radicale rechterzijde komt, maar ook uit delen van links en andere maatschappelijke kringen.

Tegelijk erkent Holman het dilemma van Joodse gezinnen: blijven betekent risico lopen, vertrekken naar Israël is vaak veiliger. Hij noemt het verstandig dat bedreigde Joden elders hun toevlucht zoeken, maar betreurt het verlies voor de Nederlandse samenleving en hoopt dat vertrek niet de uiteindelijke uitkomst wordt. Zijn slotgedachte is een waarschuwing: constante dreiging en normalisering van antisemitische uitingen maken Nederland minder vrij en cultuurarm.

Kort gezegd: Holman gebruikt persoonlijke observaties en actuele voorbeelden om te beklemtonen dat wat vaak als politieke kritiek op Israël wordt gepresenteerd in veel gevallen omslaat in antisemitisme, met reële gevolgen voor veiligheid en cultuur in Nederland — en hij roept op tot meer zorg en zelfinzicht in hoe men over deze kwesties spreekt en handelt.

BEKIJK OOK:

Het Oranje Café: Videobellen met WK-held Eloy Room: wat zei Willem-Alexander in de kleedkamer van Curaçao?