'Je hoopt natuurlijk dat we een wolf tegenkomen', zegt schaapherder Reinier (62), 'maar geloof me: dat wil je niet'

donderdag, 12 februari 2026 (10:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Balloo en op het Balloërveld lopen herders dagelijks in wat zij zelf de “frontlinie” noemen: het beheer van een kudde schapen (circa 240 dieren) temidden van een zich herstellende wolvenpopulatie. Hoofdherder Julie Teunen en medeherder Reinier van Klinken ontvingen begin januari een journalist om te laten zien wat leven met wolven concreet betekent: niet alleen dierlijk verlies aan schapen, maar ook zorgen over honden, publiek en cultureel erfgoed.

De herders schetsen twee belangrijke ontwikkelingen. Ten eerste veranderen sommige wolven in Nederland hun natuurlijke schuwheid: individuen zoals de recentelijk gedode wolf Bram gedroegen zich onnatuurlijk dicht naar mensen toe en veroorzaakten directe incidenten. Ten tweede werkt de aanwezigheid van wolven door op beheerpraktijken: schapen en de zeldzame Heidekoeien lopen risico (kalververlies van 40–70% is elders gerapporteerd) en beschermde begrazingsprojecten, uitgevoerd door Stichting Het Stroomdal met rassen als Drentsche heideschapen en Schoonebeekers, worden zwaarder belast.

Praktisch leed en logistiek nemen toe. Preventiemethoden bestaan uit verplaatsbare en vaste elektrische rasters, zware wolfwerende omheiningen bij schaapskooien en bewakingshonden, maar elk middel kent beperkingen: elektrische rasters zijn niet volledig waterdicht (wolven springen of graven zich eronder), wolfwerende hekken zijn zwaar en arbeidsintensief, en grote waakhonden werken het best los—onverenigbaar met recreatie en aangelijnde huisdieren. Van Klinken rekent voor dat per kudde ongeveer één extra fulltime kracht nodig is; voor de tien Drentse kuddes betekent dat ongeveer €600.000 extra loonkosten plus circa €400.000 voor materiaal en onderhoud — in totaal ruwweg een miljoen euro per jaar, een onwaarschijnlijke subsidie-uitgave volgens hem.

De aanwezigheid van wolven raakt ook het sociale weefsel van plattelandsgemeenschappen: gezinnen vermijden avondwandelingen, kinderen fietsen minder, en recreanten trekken soms verbaasd aan de kant wanneer wolven dichtbij gedrag vertonen dat elders als ondenkbaar wordt beschouwd. Herders benadrukken dat het risico op verlies van de hond vaak zwaarder weegt dan dat van individuele schapen; een goede herdershond is onmisbaar maar ook kwetsbaar. Wolven observeren en plannen aanvallen vaak lang, roedels gebruiken afleidingsmanoeuvres en kunnen bewakingshonden uitputten, waardoor zelfs goed voorbereide kuddes kwetsbaar blijven.

Tegelijkertijd is er ambivalente waardering: herders noemen wolven imposante dieren en erkennen hun plek in de natuur, maar wijzen op praktische grenzen van co-existentie in een dicht ontwikkeld en gefragmenteerd cultuurlandschap. De schaapskuddes vervullen bovendien belangrijke rollen in natuurbeheer en stikstofverwerking; ze houden heide open en halen neergeslagen stikstof uit het systeem, en samen met Heidekoeien vormen ze instrumenten voor het behoud van soortenrijkdom.

Kortom: in Drenthe botst de idealistische wens om grote roofdieren weer ruimte te geven op realistische problemen van beheer, veiligheid en financiering. De herders staan er met hun kuddes middenin: gefascineerd door de wolf, maar ook gedwongen tot ingrijpende aanpassingen om kuddes, zeldzame koeienrassen en hun eigen werkbare levenswijze te beschermen.