Je gebruikt je USB-kabels compleet verkeerd

zaterdag, 27 december 2025 (08:26) - WANT

In dit artikel:

Je steekt een kabel in je pc of laptop en verwacht directe topresultaten, maar vaak ligt het probleem niet aan het apparaat of de kabel — het zit hem in de poort. USB-poorten verschillen sterk qua standaard, bandbreedte en stroomlevering, ondanks dat ze er vaak hetzelfde uitzien. Daardoor kan een snelle externe SSD, 4K-capturekaart of dock veel trager werken, haperende beelden geven of zelfs de verbinding verliezen wanneer ze op een beperkte poort worden aangesloten.

De naamgeving maakt het onoverzichtelijk: termen als USB 3.0, 3.1 en 3.2 overlappen qua snelheid (bijv. 3.0 = 3.1 Gen1 = 3.2 Gen1 = 5 Gbps). USB-C is alleen een stekkertype en zegt niets over snelheid — een USB‑C‑poort kan alles zijn van een simpele USB‑3.x-poort tot USB4 of Thunderbolt met veel hogere throughput. Fabrikanten labelen soms de snelheid (bijv. 5 Gbps of 10 Gbps), maar dat is niet altijd het geval; raadpleeg bij twijfel de handleiding van je laptop of moederbord.

Andere belangrijke oorzaken van prestatieverlies: meerdere poorten delen vaak één controller of bus, waardoor twee snelle schijven elkaar afremmen; sommige poorten leveren minder stroom (vooral frontpanelen, laptopzijkanten en interne hubs), waardoor energie-intensieve apparaten kunnen terugschakelen of uitvallen. Daarom is het slim om veeleisende hardware direct op de achterste, aan het moederbord gekoppelde poorten te prikken — bij voorkeur die met de hoogste bandbreedte of Thunderbolt/USB4‑aanduiding. Simpele randapparaten kunnen prima op oudere USB‑2.0‑poorten.

Praktische tips: controleer poortlabels of de handleiding, gebruik de écht snelle USB‑C/Thunderbolt‑poort voor zware apparaten, wees je bewust van gedeelde controllers en let op kabelspecificaties (niet elke USB‑C‑kabel ondersteunt hogere snelheden). Vaak ligt de oplossing dus niet in nieuw equipment, maar in het juiste gebruik van bestaande poorten.