Je elektrische auto thuis opladen kan geld opleveren: deze voorwaarden gelden

vrijdag, 18 september 2026 (21:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Vanaf 2026 kunnen particulieren onder voorwaarden een vergoeding krijgen voor elektriciteit die zij thuis in hun elektrische auto laden. De regeling werkt via emissiereductie-eenheden (ERE’s), die brandstofleveranciers nodig hebben om aan hun verduurzamingsverplichtingen te voldoen. Een inboekdienstverlener registreert de geschikte laadstroom, verkoopt de eenheden en deelt de opbrengst mogelijk met de eigenaar van de laadpaal.

De vergoeding is geen subsidie met een vast bedrag: de marktprijs kan fluctueren en aanbieders kunnen kosten inhouden. Voor de gebruikelijke thuissituatie is een laadpaal nodig met een geïntegreerde, MID-gecertificeerde meter en een netaansluiting op naam van de particulier. Alleen het totale stroomverbruik van de woning meten volstaat niet. In sommige gevallen kan een afzonderlijk allocatiepunt een uitzondering vormen.

De registratie moet aantonen hoeveel stroom daadwerkelijk naar de auto is gegaan en aan welke laadpaal, locatie en aansluiting die gegevens zijn gekoppeld. Daarvoor kunnen laadgegevens, installatie-informatie en documenten van de energieleverancier nodig zijn. Een schermafbeelding met alleen het aantal kilowatturen is meestal onvoldoende.

Particulieren mogen per kalenderjaar slechts één inboekdienstverlener machtigen. Die machtiging geldt voor volledige kalenderjaren en wordt niet automatisch verlengd. Wie aanbieders vergelijkt, moet daarom letten op de netto-opbrengst, inhoudingen, vaste kosten, uitbetalingsmomenten en de voorwaarden rond registratie en verkoop. De lijst van de Nederlandse Emissieautoriteit is alleen een overzicht van aangemelde partijen en geen kwaliteitskeurmerk. Bestaande contracten over laadopbrengsten moeten eerst worden gecontroleerd om dubbele of tegenstrijdige afspraken te voorkomen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen