Je beleeft de paniek en woede in Anne Vegters 'Projectmedewerkers'

woensdag, 8 april 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Anne Vegters nieuwe bundel Projectmedewerkers leest als een familiedrama in projectvorm: veeleer een ontwrichte opstelling dan een ordelijk afgerond project. De titel, nuchter en functioneel — een verwijzing naar de omschrijving op een uitzendbureau — contrasteert met wat de gedichten tonen: geen keurig einde, maar verpletterende scheuren in een gezin. De recensie (8 april 2026, verschenen in nr. 15) plaatst de bundel in Vegters oeuvre waarbij de dichter eerder koos voor zulke kille, systematische titels (Aandelen en obligaties, Spamfighter, Big data, Eiland berg gletsjer) en vervolgens de ordentelijkheid in taal en leven ondermijnt.

Projectmedewerkers is in twee delen opgebouwd. Het eerste deel functioneert als een losse maar onafgebroken familieopstelling in twaalf hoofdstukken: geen hoofdletters, geen regelafbrekingen of interpunctie, een razende stroom van stemmen. Daardoor voel je de paniek, schaamte en woede van een gehavend gezin — een moeder die lijkt te weten waaraan ze zal sterven, een zoon met een verslaving, en een gebroken huwelijksverleden dat communicatie terugdringt tot Zoomgesprekken en groepsapps. De fragmentaire verteltoon en de plaatsing van tekstblokken laag op de pagina versterken het beeld van iets dat naar de bodem is gezakt of is weggemoffeld; desalniettemin blijft Vegters taal scherp en vaak onverwacht geestig, wat de bundel een bepaalde lichtheid geeft temidden van tragische thematiek.

Het tweede deel, voor de vervuiling, verplaatst de schaal naar iets algemeens: collectieve verantwoordelijkheid is zoek, vervuiling en erfzonde doemen op, en Christus-achtige figuren nemen het woord. Deze dienstdoende paasfiguur — soms wanhopig, soms bijna satirisch — maakt dat rouw en offerande centrale thema’s worden. Vegter lijkt te spelen met religieuze beelden (ook zichtbaar in haar omslagbeeld dat refereert aan de Pietà) en met ambiguïteit: is ‘vervuiling’ letterlijk, symbolisch of erfelijk, en moet ‘voor’ als plaats, bestemming of tijd worden gelezen?

Beeldspraak en grimmige tekeningen van kinderen, lichamen en een lam versterken de vragen over falende verantwoordelijkheid. Vegter dicht niet op gesloten, klassieke wijze; juist de open, fragmentarische vorm en het ontbreken van traditionele interpunctie maken de bundel spannend en onrustbarend. Projectmedewerkers confronteert de lezer met familielijden, verslaving, rouw en bredere morele vervuiling, terwijl de dichter haar taalvuurwerk behoudt — monter van toon maar hard in observatie.