Jason Blackmore (1968-2025) - de 'keizer van de Zuidas' - ging altijd voor het hoogst haalbare

maandag, 15 september 2025 (20:17) - Het Parool

In dit artikel:

Jason Blackmore, een markante figuur in de Amsterdamse vastgoedwereld, is op 6 september onverwacht overleden. Hij was 56 jaar oud en laat een vrouw en drie kinderen achter. Blackmore verwierf faam als ontwikkelaar van pleinen en kantoorgebieden in Zuidoost en de Zuidas — gebieden die hij mede hielp transformeren tot hoogwaardige, stadse locaties zoals Arena Boulevard en de Mahler-locaties op de Zuidas — en kreeg bijnamen als ‘Koning van Zuidoost’ en ‘Keizer van de Zuidas’.

Geboren in Engeland uit een Engelse vader en Nederlandse moeder, verhuisde hij in 1975 naar Nederland. Na een HEAO-diploma in International Marketing (1992) werkte hij bij Schoeman Bedrijfshuisvesting en als makelaar bij DTZ Zadelhoff. In 1998 maakte hij de overstap naar projectontwikkelaar G&S op uitnodiging van Chris Gongriep, waar hij zich ontwikkelde van makelaar tot invloedrijk ontwikkelaar. Collega’s herinneren hem als iemand die niet alleen goed kon verkopen vanaf de tekentafel, maar ook echt bouwkunde en architectuur begreep — een eigenschap die hem onderscheidde in zijn vak.

Zijn carrière omvat projecten als Atrium 1000 Mahlerlaan, 900 Mahler, de Mahler4-gebouwen, de herontwikkeling van Het Zandkasteel in Amsterdam-Zuidoost en Wonderwoods in Utrecht, dat veelgenoemd wordt als zijn ‘kindje’ vanwege het innovatieve verticale bosconcept. Blackmore haalde inspiratie uit buitenlandse reizen en streefde consequent naar hoge kwaliteit en esthetiek in plaats van ongebreidelde schaalvergroting.

Persoonlijk stond hij bekend als flamboyant en fysiek aanwezig: een groot postuur, tatoeages, hobby’s als kickboksen en een voorliefde voor raceauto’s. Collega’s zeggen dat hij hoge eisen stelde maar ook loyaal en royaal was; zijn werkhouding werd samengevat met de gevleugelde uitspraak “work hard, play hard”. Na ongeveer 25 jaar bij G&S stapte hij over naar Boelens de Gruyter, waar men hem beschrijft als iemand met een scherpe visie en grote energie. Hij had in die periode een herseninfarct gehad; sindsdien werkte hij minder gejaagd en concentreerde zich op business development en acquisitie, maar bleef betrokken bij projecten zoals de transformatie van Maison Descartes tot flexibel kantoorcomplex.

Medewerkers en oud-collega’s benadrukken dat zijn nalatenschap niet alleen uit gebouwen bestaat, maar ook uit de kansen die hij gaf aan jonge ontwikkelaars en medewerkers. Hij kon streng zijn, maar zag talent en bood mensen ruimte om te groeien — een eigenschap die volgens velen even betekenisvol is als zijn architectonische bijdragen aan Amsterdam en omgeving.