Japanse koerswijziging: van vredesnatie naar wapenexporteur
In dit artikel:
De regering van premier Sanae Takaichi heeft vrijwel alle beperkingen op de Japanse wapenexport geschrapt, waarmee Tokio een wezenlijke koerswijziging doorvoert: voortaan mag ook dodelijk materieel — zoals raketten, gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen — worden verkocht aan bevriende landen. Formeel blijft levering aan landen die in oorlog zijn verboden, maar de nieuwe regels laten onder voorwaarden uitzonderingen toe als dat de "Japanse nationale veiligheid" vereist, aldus kabinetschef Minoru Kihara, die zei dat het beleid zal bijdragen aan "vrede en stabiliteit in de regio."
Historische achtergrond: sinds 1967 hanteert Japan de zogenoemde drie principes voor wapenexport (geen levering aan communistische landen, landen onder VN-embargo of betrokken in internationale conflicten). Die regels werden circa 1978 aangescherpt en fungeerden decennia als praktisch verbod. Vanaf 2014 versoepelde voormalig premier Shinzo Abe de praktijk al voorzichtig — onder meer voor UN-missies — en Japan leverde toen geleidelijk technologie en werkte internationaal samen aan defensieprojecten.
De recente openstelling gaat veel verder en heeft strategische en economische motieven. Japan wil zijn defensie-industrie, die tot nu vooral voor de binnenlandse markt produceert, grotere afzetmogelijkheden geven om onderzoek- en ontwikkelingskosten te spreiden en wereldwijd concurrerender te worden. Ook verschuiven geopolitieke omstandigheden de balans: de oorlog in Oekraïne, spanningen rond Taiwan en in de Oost-Chinese Zee en de dreiging uit Noord-Korea, plus twijfels over de betrouwbaarheid van de VS onder president Trump, stimuleren Tokio om minder afhankelijk van Washington te worden.
Praktische uitingen van de nieuwe koers zijn al zichtbaar: Japan sloot verdedigingsakkoorden met zeventien landen (waaronder Nederland) en voert defensiedeals uit — recent onder meer een miljardencontract voor schepen met Australië. Vorige maand stuurde Nederland vijf F-35’s naar Japan na onderlinge logistieke afspraken.
De stap stuit op kritiek: China ziet het als een breuk met Japans naoorlogs pacifisme en waarschuwt voor een regionale wapenwedloop. Binnenlands protest trok tienduizenden de straat op en oppositiepartijen luiden de noodklok over het verlaten van de vredeskoers. Toch blijkt draagvlak bij de bevolking; een peiling in maart toonde dat bijna zeven op de tien Japanners het veiligheidsbeleid van het kabinet steunen.