Janna stond baby af, omdat ze wilde blijven werken: 'Als ik haar gehouden had, had ik geen baan gekregen'
In dit artikel:
Janna (78) vertelt openhartig over de keuze die ze in 1968 maakte om haar pasgeboren dochter af te staan. Haar verhaal schetst hoe de heersende sociale normen en de sociale druk van destijds — schaamte rondom ongewilde zwangerschap, verwachtingen van familie en moraalregels van instanties — bepalend waren voor die ingrijpende beslissing. In de tekst reageert ze ook op recente aandacht en excuses richting zogenaamde afstandsmoeders, en plaatst haar persoonlijke verlies en spijt in dat bredere historische kader.
Haar relaas benadrukt niet alleen het directe emotionele effect van het afstaan, maar ook de structurele omstandigheden die vrouwen toen weinig keus lieten. Voor nieuwe lezers kan het helpen te weten dat veel vergelijkbare verhalen uit de jaren ’50–’70 voortkomen uit vergelijkbare maatschappelijke druk en institutionele praktijken; de afgelopen jaren is daar vaker publieke erkenning en debat over geweest. Janna’s getuigenis geeft zo zowel een persoonlijk gezicht aan die geschiedenis als ruimte voor reflectie op hoe samenleving en beleid mannen en vrouwen anders konden bepalen.