Wijkagent Jan zag alles op de Utrechtse tippelzone: 'Die vrouwen vergeet je nooit meer'
In dit artikel:
Schoenmaker (75) blikt terug op twee decennia als wijkagent in Transwijk, met name rond de tippelzone aan de Europalaan, waar hij een bijzondere mix van politieoptreden en sociale zorg ontwikkelde. Hij wilde wijkagent worden omdat hij veel contact met mensen wilde en zich kon inzetten voor kwetsbaren — ondanks een streng religieuze achtergrond die hem aanvankelijk afkerig maakte van prostitutie. Tijdens zijn werkperiode veranderde die houding: hij zag hoeveel verschil hij kon maken voor vrouwen in de prostitutie en hielp er tientallen uit de situatie te komen.
Samen met collega Bert Muns schreef hij zijn ervaringen op in het boek De Wijkagent, dat binnenkort ook als luisterboek verschijnt. Schoenmaker vertelt onder meer over ingrijpende gevallen: hij begeleidde een vrouw die kort daarvoor bijna vermoord was door een verkrachting naar Den Haag om aangifte te doen, en nam ter plekke afwegingen die strikt genomen niet volgens de regels waren — bijvoorbeeld het toestaan van drugsgebruik in de auto — omdat het herstellen van de veiligheid en het afronden van een aangifte zwaarder woog.
In ruim twintig jaar wisten hij en collega’s ongeveer veertig vrouwen uit de prostitutie te halen, soms met gedwongen opnames in een veilige locatie of door plaatsing in afkickklinieken. Een oud-cliënt werd later chef in een winkel en geeft nu voorlichting; zulke trajecten maken hem het meest trots. De methode in Transwijk trok belangstelling van andere steden wereldwijd. Volgens Schoenmaker zat het succes in de combinatie van duidelijke regels en menselijk contact: respect tonen, grenzen handhaven en tegelijk hulp aanbieden.
De praktijk was niet zonder risico’s. Hij kreeg bedreigingen van pooiers, er stond ooit letterlijk een prijs op zijn hoofd, en hij moest voorzorgsmaatregelen nemen zoals zijn naamplaatje weghalen, een wapen bij zich dragen en een grote hond aanschaffen. Tegelijkertijd spreekt hij met waardering over de onderlinge sociale controle binnen die wereld: mensen hielpen elkaar soms onverwacht, zelfs degenen met een zware rugzak.
Schoenmaker is kritisch over het opheffen van de Europalaan-tippelzone zo’n vijf jaar geleden. Volgens hem maakt het verdwijnen van een vaste, zichtbare plek het moeilijker om mensenhandel en zwaar misbruik te bestrijden; wanneer prostitutie niet verdwijnt, moet het volgens hem zo goed mogelijk gereguleerd worden. Hij keurt klanten die misbruik maken van verslaafde vrouwen af en noemt hen verachtelijk, terwijl hij de vrouwen zelf met respect behandelde — een houding die hem veel waardering opleverde.
Kortom: een oud-wijkagent die praktische, soms grensverleggende keuzes maakte om directe hulp te bieden, trots is op tientallen geslaagde uitlooppaden uit de prostitutie, en pleit voor gereguleerde plekken om ernstige criminaliteit te bestrijden.