James Renwick: leven als een leeuw, sterven als een lam
In dit artikel:
James Renwick (1662–1688) groeide op in Moniaive, een afgelegen dorp in Zuidwest-Schotland, als zoon van wever Andrew en zijn vrouw Elisabeth. Zijn geboorte viel in de gewelddadige periode van de Schotse “Killing Times” (ca. 1660–1688), toen Covenanters — presbyteriaanse aanhangers die alleen Christus als hoofd van de kerk erkenden — fel werden vervolgd omdat zij koninklijke bemoeienis met kerkelijke zaken en anglicaanse rituelen verzetten. Elisabeth had een belofte gedaan dat een kind dat zij mocht ontvangen God zou dienen; James’ jeugd was doortrokken van geloofspraktijk: hij begon vroeg met bidden, las als jongen de Bijbel en werd meegevoerd naar nachtelijke veldconventikels, verboden bijeenkomsten van vervolgde gelovigen.
Zijn geloofsgroei verliep niet zonder crisis; als student worstelde hij met twijfel over God en het doel van het leven, maar vond uiteindelijk zekerheid in een persoonlijke ontmoeting met Christus. Omdat hij weigerde de eed van trouw aan de koning te tekenen, kreeg hij geen toegang tot theologische opleiding in Schotland. Andrew Renwick stierf kort vóór James’ zeventiende levensjaar en voorspelde dat zijn zoon een bijzonder werk zou doen maar niet oud zou worden.
Twee publieke executies in Edinburgh hadden enorme invloed op James: de onverschrokken dood van veldprediker Donald Cargill (27 juli 1681) en later de terechtstelling van Robert Gray (19 mei 1682) op de Grassmarket. Deze gebeurtenissen bevestigden zijn roeping: hij zag martelaarschap als zowel offer als ingang tot eeuwig leven. Omdat hij in Schotland niet kon worden bevestigd, ging hij naar Nederland — dankzij bemiddeling van onder anderen Wilhelmus à Brakel — en volgde theologie in Groningen bij Johannes à Marck. Op 10 mei 1683 werd hij in de Martinikerk tot predikant bevestigd; opmerkelijk was dat hij weigerde de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis te ondertekenen en bezwaar maakte tegen het gebruik van orgelklanken in de eredienst. Wel tekende hij de Westminster Confessie en de Schotse belijdenissen, een uitzonderlijke combinatie in Nederland.
Terug in Schotland bleef Renwick radicaal: hij weigerde elk staatsgezag over de kerk en bleef prediken en dopen waar dat kon. Zijn vasthoudendheid maakte hem vogelvrij; er stond een prijs op zijn hoofd en hij kende meerdere ontsnappingen. Zijn levenswandel en brieven tonen iemand die in eigen zaak zacht was maar in de zaak van God fel en standvastig. Kort na zijn zesentwintigste verjaardag werd hij gearresteerd, ter dood veroordeeld en op 17 februari 1688 op de Grassmarket terechtgesteld. Zijn moeder was aanwezig bij zijn laatste maaltijd en getuigde van zijn rustige, vertrouwenwekkende eindwoorden — hij verwoordde zijn sterven als een ingaan naar de vreugde van de Bruidegom.
Renwicks korte, intense leven illustreert de scherpte van religieuze conflicten in de zeventiende eeuw en de plaats van het martelaarschap in de Covenantertraditie. Zijn nalatenschap leeft voort in grafheuvels, standbeelden en herinneringsplaatsen in Edinburgh, Stirling en in de Groningse Martinikerk, waar zijn examen plaatsvond.