Jaap van Dissel, fel bestrijder mondkapjesplicht, legt verantwoording af bij de enquêtecommissie
In dit artikel:
Jaap van Dissel, voormalig directeur van het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM en voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT), staat na zijn pensionering weer in de publieke belangstelling. Deze vrijdag wordt hij als eerste centrale figuur uit de coronacrisis gehoord door de parlementaire enquêtecommissie corona; later zal hij nogmaals verhoord worden. Tijdens de pandemie was Van Dissel als OMT-voorzitter een van de belangrijkste adviseurs van kabinet en stond hij frequent naast premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge bij persconferenties.
Begin 2020 speelde Van Dissel een sleutelrol bij de vorming van het Nederlandse coronabeleid. Hij introduceerde in maart het begrip groepsimmuniteit en pleitte voor het “uitsmeren” van besmettingen in plaats van volledige indamming, een aanpak die tijdens een Catshuis-bijeenkomst op 15 maart expliciet aan bod kwam en waarvan stukjes terugkwamen in Rutte’s eerste landelijke toespraken. Tegelijkertijd toonde hij zich terughoudend over massaal testen en koppelde het virus aanvankelijk aan griepachtige kenmerken; ook onderschatte hij aanvankelijk de rol van carnaval als aanjager van de eerste golf.
Een van zijn meest omstreden standpunten betrof mondkapjes. Van Dissel verzette zich maandenlang tegen het preventief dragen van niet-medische mondkapjes, ook in de zorg, met het argument dat ze geen bewezen beschermende meerwaarde boden en zelfs tot riskanter gedrag konden leiden. Nederland voerde pas geleidelijk een mondkapjesplicht in—eerst in het OV, later in binnenruimtes—en Van Dissels commentaren over het geringe effect van maskers leverden hem later scherpe kritiek op, onder meer van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Die OVV concludeerde in 2022 dat zijn bijna alomtegenwoordige rol in crisisteams leidde tot een sterke focus op infectieziektebestrijding, waardoor andere maatschappelijke belangen mogelijk onvoldoende werden meegewogen.
Hoewel hij in 2021 door de KNAW werd geëerd voor zijn inzet en kalmte, stond Van Dissel ook onder zware druk en kreeg hij bedreigingen. De parlementaire verhoren moeten duidelijkheid geven over zijn keuzes en adviezen tijdens de crisis en vormen een belangrijk moment in de afrekening met de besluitvorming in de eerste coronajaren.