JA21-leider Eerdmans eist asielopvang in linkse steden, maar valt zelf keihard door de mand

woensdag, 6 mei 2026 (16:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

De auteur beschuldigt JA21-leider Joost Eerdmans van schijnheilige, gecontroleerde oppositie nu de asielsituatie in mei 2026 uit de hand loopt. Eerdmans stelde publiekelijk dat linkse steden als Amsterdam en Nijmegen de asielinstroom maar moeten opvangen, en wees daarmee terecht op de knellende werking van de spreidingswet — de regeling die gemeenten verplicht asielzoekers te ontvangen en die lokale raden, ook rechtsgeoriënteerde, volgens de schrijver in verlegenheid brengt. Toch vindt de columnist dat Eerdmans’ optreden vooral poseert: hij benadrukt orde en veroordeelt rellen die burgers laten zien hoe verontwaardigd ze zijn, in plaats van zich onvoorwaardelijk achter die lokale opstand te scharen.

Concreet speelt de crisis zich af in gemeenten als Loosdrecht, Aalsmeer en IJsselstein, waar de komst van grote aantallen asielzoekers volgens de tekst leidt tot verloedering van wijken, een afname van de veiligheid en het gevoel dat lokale democratie en draagkracht door het demissionaire kabinet onder leiding van Rob Jetten (coalitie D66, VVD, CDA in de beschrijving van de auteur) worden genegeerd. De schrijver noemt de spreidingswet een autoritair instrument waarmee Den Haag de provincies straft voor het landelijke asielbeleid en verwijst naar een door Eerdmans aangehaalde groep van ongeveer 53.000 nareizigers die nog in aantocht zou zijn.

De kritiek op JA21 gaat verder dan één uitspraak over spreiding. Volgens de columnist is JA21 sinds de oprichting vooral een verzamelplaats voor ontevreden ex-VVD’ers die op een plaats in het establishment hopen en daarom bereid zijn harde taal te matigen om beleidsmatig in de pas te lopen. Eerdmans wordt verweten eerder rivalen zoals de PVV te hebben gedemoniseerd om goed over te komen bij het politieke centrum, en pas nu — te laat en ongeloofwaardig — een oproep te doen voor een asielstop. Daarmee zou zijn partij het kabinet helpen door oppositie te domesticeren in plaats van het fundament van het beleid aan te vallen.

De kernboodschap van het stuk is duidelijk: het probleem is niet alleen de verdeling van asielzoekers over gemeenten, maar de instroom zelf. De schrijver pleit voor sluiting van de grenzen, ontmanteling van wat hij de “asielindustrie” noemt en afwijzing van richtlijnen uit Brussel. Partijen die in publieke studio’s de schijn van stevig verzet ophouden maar in de praktijk willen meebesturen noemt hij deel van het probleem, niet van de oplossing. De tekst bevat ook een oproep aan lezers om alternatieve, harder optredende oppositie te steunen.