J.D. Vance's theory of Trumpism is no match for the practice
In dit artikel:
Vice-president J.D. Vance profileert zich in het artikel als de intellectuele spil tussen het Trump-Witte Huis en de zogeheten New Right: een zelfverzekerde lezer en schrijver die hoopt grote ideeën aan de populistische beweging te koppelen. Hij noemt zichzelf onderdeel van de “post-liberale rechtervleugel” en probeert met historisch-getinte retoriek het project van Trump te kaderen als een verdediging van de westerse cultuur en christelijke waarden.
Die ambitie botst echter voortdurend met de praktijk van president Trump en met de onideologische kern van MAGA, waarin persoonlijke loyaliteit belangrijker is dan consistente doctrines. Waar Vance isolationistische reflexen heeft — als veteraan waarschuwde hij tegen een Iraanse oorlog en zei dat Amerika niet elk conflict hoeft te “policen” — toont Trump zich bereid geweld en risico’s in te zetten op eigen houtje. Vance is daardoor gedwongen rationele rechtvaardigingen te zoeken die Trump rijmen met zijn eigen prestige; hij trad op als onderhandelaar in pogingen om escalatie met Iran te vermijden, een functie die hem politieke dekking geeft als het misgaat.
Vance’s steun aan Viktor Orbán tijdens een bezoek aan Boedapest op 7 april illustreert zijn belangrijkste contradictie. Hij positioneerde Orbán en Trump als wachters van een christelijke westerse beschaving — een retorische zet die de historische rol van de Verlichting in het afschermen van religie van politieke macht eenvoudig overslaat. De New Right, aldus het artikel, gebruikt die verbreding van „christelijke waarden” om liberale vrijheden naar eigen inzicht te herdefiniëren: wie ongewenste meningen heeft kan worden uitgesloten, en bepaalde minderheden worden uitgespeeld als “niet behorend” tot de natie.
De werkelijkheid van Orbáns bestuur ondergraaft Vance’s roep om rechtsstaat en vrije pers: staatsmiddelen naar favoriete oligarchen, rechters naar maat en media onder invloed. Dat heeft geleid tot stagnatie en — volgens het stuk — tot electorale afrekening; Vance keerde op 12 april terug uit Europa terwijl Hongaren Orbán massaal wegstemden. Die gebeurtenissen en Trumps publieke gedrag (onder meer het poseren als Christus en aanvallen op de paus) tonen volgens de auteur hoe vergezocht Vance’s morele framing kan zijn.
Tegelijkertijd benadrukt het artikel dat Vance intellectueel scherp maar soms opportunistisch is: vroegere ommezwaaiën en publieke provocaties maken het moeilijk te peilen welke ideeën hij werkelijk nastreeft. Zijn rol blijft die van ideoloog die probeert een coherent verhaal rond een in wezen ongeïdeologiseerde beweging te plooien — een taak die onder Trump voortdurend op de proef wordt gesteld.