Italianen over Olympische Spelen in hun dorp: 'Wij hebben er niets aan'
In dit artikel:
Tijdens de Olympische Winterspelen deze maand in Italië lopen lokale reacties uiteen: trots en zichtbaarheid tegenover ontevredenheid en economische bijwerkingen. Twee bergplaatsen illustreren die tegenstelling.
In Livigno, een dorp van circa 7.000 inwoners dat volledig op toerisme draait en nu podium biedt aan freestyleskiërs en snowboarders, zijn gewone wintersporters opvallend afwezig. Skiverhuurders zien hun omzet sterk teruglopen (van zo’n 300 naar circa 90 verhuurde paren per week) en horecazaken blijven leeg, terwijl accommodaties veelal bezet zijn tegen hogere prijzen. Bezoekers die wel zijn gebleven merken de leegte op: de sociale kant van wintersport — après-ski en contact met andere culturen — is veel minder zichtbaar.
Cortina d’Ampezzo, dat al eerder (70 jaar geleden) gastheer was van de Spelen, toont een ander beeld: vlaggetjes en drukte in het centrum. Toch klinkt ook daar kritiek. Vooral jonge inwoners vragen zich af wat de Spelen hen opleveren. Zij noemen grote uitgaven aan voorzieningen zoals een bobsleebaan en kabelbanen — waarvan sommigen nog niet naar behoren werken — terwijl essentiële lokale voorzieningen als scholen, ziekenhuizen en betaalbare woningen weinig aandacht kregen. Er is bovendien wrevel over het geringe overleg met de bevolking tijdens de besluitvorming.
De burgemeester van Cortina ziet het anders: hij beschouwt de investeringen en nieuwbouw (waaronder vijfsterrenhotels) als kansen om in de toekomst meer toeristen te trekken en het imago van de bestemming te versterken. Raadslid Roberta de Zanna wijst wél op de bestaande grenzen van draagkracht en pleit tegelijk voor vernieuwing die de bewoners direct ten goede komt — vooral op het gebied van huisvesting en infrastructuur.
Kort samengevat: de Spelen brengen internationale aandacht en nieuwe investeringen, maar leiden ook tot hogere prijzen, lege dagtoerismepistes in sommige plaatsen en onvrede over prioriteiten en inspraak. De lokale discussie richt zich op de vraag of de korte termijnbaten opwegen tegen structurele nadelen voor inwoners.