IT'ers als afwasser en artsen als pakketbezorger: Nederland benut het talent van statushouders onvoldoende
In dit artikel:
Statushouders in Nederland benutten hun talenten veel te weinig, concludeert de Algemene Rekenkamer na onderzoek naar de sinds 2022 geldende Wet Inburgering. Van wie in 2014 een verblijfsvergunning kreeg, werkte na één jaar nog maar 2,6 procent; van de 17.430 mensen die in 2022 status kregen, had na één jaar 20 procent (minimaal tijdelijk) werk en na drie jaar 28 procent. Hoewel de nieuwe wet meer begeleiding door gemeenten brengt, blijft veel potentieel onbenut — wat zowel nadelig is voor de betrokken mensen als voor sectoren met personeelstekort, zoals zorg en IT.
Een belangrijk probleem is dat gemeenten vaak niet weten welke opleidingen en vaardigheden statushouders meebrengen: bij driekwart ontbreken die gegevens, waardoor hoogopgeleiden soms in laagbetaalde banen belanden. Ook lopen gespecialiseerde professionals, zoals artsen, soms weg naar landen als Duitsland waar zij wel hun vak kunnen uitoefenen. Gemeenten worstelen met tegenstrijdige doelen van de wet: snel inkomen verwerven versus investeren in taal- en beroepsopleidingen voor duurzame plaatsing. Die spanning leidt tot uiteenlopende keuzes per gemeente en maakt het voor grote werkgevers lastig omdat regels per regio verschillen.
Praktische knelpunten vormen een extra barrière. Taallessen worden meestal overdag aangeboden, waardoor combineren met werk lastig is. Een relatief grote groep — 29 procent van de statushouders, onder wie ruim 3000 jongeren — volgt inmiddels een ‘taalroute’ zonder afsluitend examen of diploma, terwijl juist een taaldiploma de toegang tot veel banen bepaalt.
De Rekenkamer adviseert betere registratie van opleidingen en vaardigheden, meer ruimte voor leren op de werkvloer in plaats van alleen klassikaal onderwijs, en scherpere keuzes in beleid zodat statushouders sneller én passender kunnen participeren. Er zijn ook positieve voorbeelden: het Amsterdamse bedrijf Motopp leidt statushouders in drie maanden om tot softwareontwikkelaar; deelnemers zoals Dima Kaddah vonden zo een vaste baan.