Israëlische soldaten niet langer vervolgd voor martelen Palestijnse gevangene
In dit artikel:
Het Israëlische leger heeft de aanklachten laten vallen tegen vijf soldaten die ervan werden beschuldigd een Palestijnse gevangene te hebben gemarteld op de militaire basis Sde Teiman, ongeveer 29 kilometer van de Gazagrens. Het vermeende misbruik, dat volgens het onderzoek in juli 2024 zou hebben plaatsgevonden, kreeg wereldwijde aandacht nadat de hoofdjurist van het leger een video van het incident naar lokale media lekte. Op die beelden zijn militairen te zien die de gedetineerde omsingelen, het zicht afschermen en een hond bij zich hebben; volgens de beschuldigingen werd de man bovendien met een scherp voorwerp gestoken, waardoor een scheur nabij zijn rectum zou zijn ontstaan.
De zaak escaleerde ook binnen Israël: extreemrechtse demonstranten, onder wie enkele leden van het kabinet van premier Netanyahu, bestormden militaire complexen uit protest tegen het onderzoek. Het leger noemt als reden voor het seponeren van de aanklachten dat de gedetineerde in oktober als onderdeel van de wapenstilstand naar Gaza is teruggekeerd, wat het verzamelen van bewijsmateriaal bemoeilijkt. Terwijl premier Netanyahu de beslissing toejuicht — hij zei dat de staat haar vijanden moet opsporen, niet haar "eigen heldhaftige strijders" — hebben Palestijnse leiders nog geen reactie gegeven. Het besluit valt samen met een periode waarin Israël grotendeels bezig is met het conflict tegen Iran en Hezbollah in Libanon.