Israëlische overheid gebruikt Songfestival als witwastool voor genocide in Gaza
In dit artikel:
De New York Times-conclusie: de regering van premier Netanyahu gebruikte het Eurovisie Songfestival doelbewust als softpowermiddel om het buitenlandse imago van Israël op te vijzelen temidden van de oorlog en massale slachtoffers in Gaza. De krant baseert zich op interne Eurovision‑documenten en gesprekken met meer dan vijftig betrokkenen.
Concreet betaalde Israël tijdens het songfestival van 2024 in Malmö meer dan 800.000 dollar aan online reclame om stemmen voor de Israëlische inzending te stimuleren; een deel van het geld kwam van Netanyahu’s zogenaamde hasbara‑kantoor (het PR‑bureau voor buitenlands beleid). Bij het festival van 2025 in Bazel riep Netanyahu persoonlijk op sociale media volgers aan om herhaaldelijk op zangeres Yuval Raphael te stemmen, terwijl Israëlische diplomaten actief omroepen en ministeries in het buitenland benaderden om deelname veilig te stellen. Raphael werd tweede en won de publieksstemming in enkele landen waar steun voor Israël normaal laag is.
Een stemanalyse suggereert dat zulke campagnes daadwerkelijk uitslagen kunnen kantelen: in landen met weinig stemmers kunnen enkele honderden personen die maximaal stemmen beslissend zijn. Eurovision‑directeur Martin Green noemde de acties “buitensporig” maar ontkende dat de einduitslag veranderde; er is geen onafhankelijk extern onderzoek gestart. Interne stukken tonen dat de EBU omroepen ontmoedigde om met journalisten te praten.
De beschuldigingen en de aanhoudende aanvalstoestand in Gaza leidden tot boycots door vijf landen — IJsland, Ierland, Spanje, Slovenië en Nederland — al zendt NOS/NTR het festival wel uit. In december stemden andere omroepen in Genève niet expliciet over Israël, maar over een pakket nieuwe regels; daarmee werd de deelname in de praktijk geaccepteerd zonder directe stem.
Recent waarschuwde de EBU de Israëlische omroep KAN nadat promofilmpjes met Noam Bettan verschenen waarin kijkers in twaalf talen werden aangespoord tien keer op zijn nummer “Michelle” te stemmen. Die clips zouden de in november aangenomen regels schenden die disproportionele promotie, zeker door overheden of staatsinstanties, moeten tegengaan. KAN haalde de video’s offline, al blijven ze via sociale media circuleren.