Israëlisch parlement keurt omstreden wet over doodstraf voor "terroristen" goed: "Geldt in praktijk enkel voor Palestijnen"
In dit artikel:
Het Israëlische parlement heeft recent een wet goedgekeurd die de doodstraf mogelijk maakt voor mensen die Israëliërs doden met het doel de staat schade te berokkenen — een maatregel die in de praktijk vooral op Palestijnen gericht zal zijn. Het wetsvoorstel, ingediend door extreemrechtse partijen en aangedreven door minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben‑Gvir, kwam in de derde lezing door de Knesset met 62 stemmen voor en 48 tegen; premier Benjamin Netanyahu stemde eveneens vóór.
Volgens de tekst kan wie opzettelijk of uit onverschilligheid de dood van een Israëlische burger veroorzaakt uit racistisch motief of vijandigheid tegen een gemeenschap, de doodstraf krijgen. Critici wijzen erop dat de formulering vrijwel alleen op Palestijnen van toepassing zal zijn—zowel op inwoners van de Westelijke Jordaanoever als op de ongeveer 20 procent Palestijnse burgers binnen Israël. Voor Westoeverbewoners zouden zaken via Israëlische militaire rechtbanken lopen, met executies binnen 90 dagen en zonder hoger beroep; rechters krijgen weinig ruimte om op zwaardere straffen dan de doodstraf terug te komen.
Er bestaan brede zorgen over de rechtsgang: mensenrechtenorganisaties rapporteren volgens correspondenten regelmatig onder dwang verkregen verklaringen en extreem hoge veroordelingspercentages in militaire processen. Ook de uitvoeringsmethode leidde tot controverse. Eerst was sprake van een dodelijke injectie, maar medische beroepsorganisaties weigerden medewerking; de wet werd aangepast naar ophanging, uitgevoerd door gevangenispersoneel — wat op zijn beurt vragen oproept over schending van internationaal recht voor medewerkers die meewerken.
Binnen- en buitenlandse kritiek is luidruchtig. Grootmachten als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië hebben Israël opgeroepen het wetsvoorstel terug te trekken. Kort na de stemming kondigde de Israëlische mensenrechtenorganisatie Association for Civil Rights in Israel (ACRI) aan naar het Hooggerechtshof te stappen en de wet te laten vernietigen; ACRI noemt de maatregel ongrondwettelijk en discriminerend. Analisten merken ook op dat Ben‑Gvir de maatregel politiek inzet richting de komende verkiezingen om zijn achterban te mobiliseren.