Israël had geen andere keus dan Iraanse aanvallen te vergelden
In dit artikel:
Zondagavond vuren Iraanse eenheden een salvo ballistische raketten op Israël af; in meer dan honderd dorpen en steden gingen de sirenes, de Israëlische luchtverdediging onderschepte de projectielen. President Trump had premier Netanyahu gebeld met het dringende verzoek niet terug te slaan vanwege lopende onderhandelingen met Iran. Desondanks voerde Israël in de vroege maandaguren luchtaanvallen uit op militaire doelen in Teheran, Isfahan en Tabriz. Kort daarna vuurde Iran een tweede serie raketten; één trof Centraal-Israël en verwoestte vier woningen zonder directe meldingen van doden of gewonden. Ook Jemenitische Houthi-rebellen lanceerden een raket richting Israël en kondigden een verbod op Israëlische scheepvaart in de Rode Zee af.
De directe aanleiding was een Israëlische aanval zaterdag op het hoofdkwartier van Hezbollah in Beiroet, waartegen Teheran reageerde. Iran wilde volgens analisten ook testen of Israël zijn veiligheid zou opofferen onder Amerikaanse druk; Israëlische leiders vonden dat het nalaten van vergelding Teheran en Hezbollah een vrijbrief zou geven voor verdere agressie. De Israëlische stafchef meldde dat de strijdkrachten alert zijn en op alle fronten kunnen reageren. De uitwisseling vergroot de kans op verdere escalatie en vertraagt de Amerikaanse pogingen een akkoord met Iran te sluiten, waardoor het geweld het vredsperspectief opnieuw onder druk zet.