Israël blijft met onderscheppen flotilla het zeerecht schenden
In dit artikel:
Israël hield maandag opnieuw een deel van de Global Sumud Flotilla tegen op grote afstand van zijn territoriale wateren. Schepen van de Israëlische marine grepen 28 van de in totaal 51 vaartuigen, die begin april vanuit Spanje naar Gaza waren vertrokken om hulpgoederen te brengen naar een gebied waar nog steeds te weinig voedsel en medicijnen binnenkomen. De onderschepping vond plaats ten zuidwesten van Cyprus, ver buiten de 12 nautische mijl die gewoonlijk de territoriale zee afbakenen.
Het is niet de eerste keer: eind april werden al schepen van dezelfde vloot nabij Kreta aangepakt en in oktober 2025 onderschepte Israël een andere hulpvloot, toen dichter bij de kust maar eveneens op internationaal water. Tot op heden heeft Israël geen juridische onderbouwing voor het ingrijpen gegeven.
Zeerechtexperts noemen de acties problematisch. Fred Soons, emeritus hoogleraar zeerecht aan de Universiteit Utrecht, stelt dat schepen in principe onder de rechtsmacht vallen van de vlaggestaat en dat onbevoegd ingrijpen op open zee niet is toegestaan: "De schepen zijn geregistreerd in landen waarvan ze de vlag voeren. Daar mag je niet aankomen zonder toestemming van de vlaggenstaat." Ook Australische deskundigen hebben eerder benadrukt dat vrije doorgang op de Middellandse Zee volgens het zeerecht geldt en dat interveniëren buiten uitzonderingssituaties — zoals zeeroof — niet gerechtvaardigd is.
Praktische vervolgstappen zijn beperkt. Omdat Israël geen partij is bij het VN-Zeerechtverdrag kunnen staten moeilijk via arbitrage of het Internationaal Zeerechttribunaal in Hamburg een zaak tegen Israël afdwingen. Soons: "Hier houdt het dus op." De Nederlandse regering vroeg eerder, na de onderschepping in oktober, schriftelijk om opheldering bij Israël, maar heeft sindsdien niets over een reactie naar buiten gebracht. Diplomatieke druk blijft voorlopig het voornaamste instrument om naleving van het internationaal recht te stimuleren.