Israël bindt in na wereldwijde christelijke woede over blokkade Heilig Grafkerk
In dit artikel:
De Israëlische politie weigerde kardinaal Pierbattista Pizzaballa op Palmzondag de toegang tot de Heilig Grafkerk in Jeruzalem, waarna een hevige diplomatieke en publieke storm uitbrak en de regering snel terugkrabbelde. Premier Benjamin Netanyahu en president Isaac Herzog stelden dat de maatregel een veiligheidsmaatregel was vanwege de dreiging van Iraanse ballistische raketten. Volgens hen was er geen kwade opzet, maar bezorgdheid om de veiligheid van aanwezigen.
Critici veegden dat argument echter snel van tafel: alleen een kleine delegatie van vier geestelijken werd de toegang ontzegd, terwijl andere openbare plaatsen zoals restaurants, cafés en synagoges openbleven. De richtlijn van het Home Front Command verbood bovendien alleen bijeenkomsten van meer dan 50 personen, wat het veiligheidsverhaal voor veel waarnemers ongeloofwaardig maakte. Internationaal leidde het incident tot felle verontwaardiging; ook bondgenoten uit het Westen, waaronder de Amerikaanse ambassadeur, noemden de actie onbegrijpelijk en onterecht. Op sociale media en onder kerkelijke leiders ontstond een zure kritiek dat het voorval past in een patroon van ongelijke behandeling van christenen in de bezette gebieden.
Onder de druk van die publieke en diplomatieke reacties kondigde Netanyahu’s kantoor aan dat er plannen worden uitgewerkt om kerkleiders in de aanloop naar Pasen alsnog veilig toegang te geven tot de Heilige Grafkerk. Voor veel waarnemers is die stap positief voor de godsdienstvrijheid, maar de nasmaak blijft bitter: de concessie lijkt vooral het resultaat van internationale imagoschade en politieke druk, niet van een principiële erkenning van fouten.
De originele publicatie bevatte bovendien oproepen en advertenties met felle anti-immigratie- en islamkritische taal; die sectie hangt los van de berichtgeving over het incident, maar illustreert de gepolariseerde politieke context waarin zulke onderwerpen vaak worden geplaatst.