Islamisering is institutioneel, een anekdote uit de praktijk
In dit artikel:
In februari vorderde de gemeente Amsterdam ruimtes in een oecumenische basisschool om daar tijdelijk leerlingen van een nabijgelegen islamitische basisschool onder te brengen. De Amsterdamse Oecumenische Scholengroep (AMOS) stapte naar de rechter om die opvordering tegen te houden. AMOS stelde dat de identiteit en onderwijsopvattingen van beide scholen onverenigbaar zijn: hun oecumenische scholen zetten in op gelijkwaardigheid en deelname aan seksuele vorming en lhbt+-solidariteit, terwijl de islamitische school werkt met de Al Amana-methode die in verschillende onderzoeken als sterk anti-homoseksueel en antisemitisch wordt gekarakteriseerd. De voorzieningenrechter wees het bezwaar van AMOS op 22 mei af; de uitspraak werd op 29 mei gepubliceerd.
Het geschil speelt vermoedelijk tussen AMOS-locaties in Geuzenveld en islamitische basisschool De Dadelpalm (onder het bestuur van Stichting IBA). IBA meldt zelf op zijn website dat de door koepel ISBO aanbevolen Al Amana-methode wordt gebruikt bij godsdienstlessen. Nieuwsuur en andere media hebben eerder materiaal verzameld waaruit blijkt dat die methode homoseksualiteit afwijst en teksten bevat die zich vijandig tonen tegenover joden en lhbt+-personen. AMOS wees tijdens de procedure expliciet op dergelijke inhoud en op praktische verschillen zoals kledingvoorschriften en de bedoeling om kinderen al vroeg aan islamitische normen te laten wennen.
De juridische kern van de zaak ligt in de plicht van de gemeente om voldoende huisvesting voor scholen te regelen, vastgelegd in de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Amsterdam verwees naar die wettelijke taak: IBA-scholen kampen met ruimtetekort en de nieuwbouw voor De Dadelpalm wordt pas in 2029 opgeleverd; om de groeiende instroom op te vangen is medegebruik van een nabijgelegen school gepland voor het schooljaar 2025–2026. De rechtbank oordeelde dat het toegestane gebruik van schoolgebouwen moet worden beoordeeld aan de hand van de Wpo en dat het bestaan van verschillende schoolidentiteiten op zich niet voldoende is om een vordering af te wijzen. Met andere woorden: het recht op bijzondere vorming (Artikel 23 Grondwet) garandeert niet automatisch bescherming tegen huisvestingsmaatregelen die de lokale overheid volgens de Wpo moet nemen.
De zaak raakt aan bredere, gevoelige thema’s: de snel stijgende vraag naar islamitisch onderwijs in Nederland, de juridische ruimte voor bijzonder onderwijs en het gebrek aan mechanismen om inhoudelijke onderwijspraktijken te toetsen. Sinds wijzigingen in 2021 is het makkelijker geworden een bijzondere school te starten; dat heeft geleid tot een forse toename van islamitische basisscholen: in 2026 openen naar verwachting negen nieuwe islamitische basisscholen en sinds 2023 is ongeveer een op de drie nieuwe scholen islamitisch van signatuur. IBA breidde snel en meldt op jaarverslagen dat leerlingaantallen sterk groeien, waardoor huisvestingsdruk toeneemt.
Critici wijzen erop dat het huidige wettelijke stelsel sterk inzet op huisvesting en financiering, maar weinig waarborgen kent voor inhoudelijke kwaliteit, toetsing van bestuursintegriteit of bescherming van kinderrechten tegen schadelijke curricula. AMOS’ weigering om publiekelijk fors protest te voeren en het gebrek aan landelijke aandacht voor de rechterlijke uitspraak roepen vragen op over hoe lokale conflicten tussen schoolidentiteiten, vrijheid van godsdienst en antidiscriminatiepolitiek in Nederland worden opgelost.
Kort samengevat: de rechtbank liet de gemeentelijke vordering doorlopen omdat de Wpo‑plichten zwaarder wogen dan het verschil in schoolidentiteit. De zaak illustreert de spanningen tussen grondwettelijke vrijheid van bijzonder onderwijs, gemeentelijke zorgplicht voor huisvesting en maatschappelijke zorgen over curricula die aanzetten tot uitsluiting of haat. De uitspraak zet een praktische grens: verschillen in levensbeschouwing alleen vormen nog geen juridisch argument tegen tijdelijke huisvestingsmaatregelen, terwijl de discussie over de inhoudelijke grenzen van bijzonder onderwijs onopgelost blijft.
Het Oranje Café: Wat heeft Nicky van der Gijp zijn vader René cadeau gegeven voor Vaderdag?