Is wijn met kurk echt beter? Onderzoek toont wat er precies gebeurt in de fles
In dit artikel:
Een kurk maakt wijn niet automatisch beter, blijkt uit onderzoek van de Université de Bourgogne. De studie bracht met miniflessen en minikurken voor het eerst nauwkeurig in kaart hoe zuurstof zich in een afgesloten wijnfles verplaatst. Dat proces blijkt anders te verlopen dan vaak wordt gedacht.
In de eerste maanden komt zuurstof vooral vrij uit de natuurkurk zelf. Die zuurstof bereikt de wijn, waarna de kurk na ongeveer vier maanden opnieuw zuurstof opneemt en fenolen — smaakstoffen — aan de wijn afgeeft. Pas na maanden tot jaren dringt er geleidelijk zuurstof van buitenaf binnen. Dat gebeurt vooral via de flessenhals, het contactoppervlak tussen glas en kurk, en niet zozeer door de kurk zelf. Een langere kurk vertraagt dit proces, een kortere versnelt het.
Volgens wijnkenner Dennis van den Buijs is dit vooral relevant voor bewaarwijnen, waarbij gecontroleerde oxidatie kan bijdragen aan veranderende parfums en tertiaire aroma’s. Het merendeel van de verkochte wijn — naar schatting 80 tot 90 procent — is echter bedoeld om binnen een jaar te drinken. Bij jonge, fruitige wijnen heeft de zuurstof van buitenaf tegen die tijd nauwelijks effect en biedt een schroefdop dus een volwaardig alternatief.
Ook voor bewaarwijnen is een kurk geen kwaliteitsgarantie. Wijnen met een schroefdop rijpen doorgaans trager, blijven langer jong en ontwikkelen minder tertiaire aroma’s. De beste sluiting hangt daarom af van het gewenste rijpingsproces en het moment waarop de wijn wordt gedronken.
Vandaag Inside: Wilfred Genee baalt van zichzelf In de Wandelgangen: 'Ik heb het belangrijkste nieuws niet gemeld!'