Is sparen nog wel verstandig nu de inflatie hoger is dan de spaarrente?
In dit artikel:
De koopkracht van spaargeld slinkt: de inflatie in Nederland ligt momenteel rond de 3%, terwijl spaarrentes ongeveer 2% zijn. Daardoor levert sparen netto geen compensatie voor geldontwaarding en is het reëel rendement negatief. Over de afgelopen tien jaar was het gemiddelde nominale rendement van de 25 grootste Nederlandse beursbedrijven circa 9% — na correctie voor inflatie blijft daar ongeveer 6,6% reëel rendement van over. Voor sparen over diezelfde periode komt de reële opbrengst uit op grofweg −1%.
Dat verschil verklaart waarom sommige mensen kiezen voor beleggen: aandelen, vastgoed, goud (en door enkelen ook Bitcoin) kunnen op langere termijn beter beschermen tegen inflatie. Tegelijk maken de sterke koersstijgingen van de afgelopen jaren velen terughoudend om nu in te stappen; rendementen zijn volatiel en afhankelijk van beleggingshorizon en doelen.
Een belangrijke complicatie is de belastingheffing in box 3. Het huidige stelsel prikkelt beleggen, en het voorgenomen nieuwe stelsel zou naar verluidt nog altijd nominale rendementen belasten zonder inflatiecorrectie. Dat wijkt af van veel andere Europese landen die alleen het reële rendement belasten. Als de conceptwetgeving zo blijft, bestaat het risico dat mensen belasting betalen terwijl hun reële rendement negatief is. De plannen zijn nog niet definitief, maar voor spaarders en beleggers maakt dit het beschermen van koopkracht lastiger.
(Auteur: Master of Financial Planning.)