Is oorlog tegen Iran geestelijke strijd? „Er staan Bijbelteksten op hulzen van Amerikaanse militairen"
In dit artikel:
Amerikaanse en Iraanse leiders geven de strijd in het Midden-Oosten een expliciet religieuze lading, en dat wekt zorg onder Nederlandse theologen. In de nasleep van de liquidatie van ayatollah Khamenei en de daaropvolgende bombardementen op Iran hebben Amerikaanse politici en militairen Bijbelse taal en beelden gebruikt om de oorlog te duiden: een Amerikaanse commandant zou beweren dat Trump door Christus gezalfd is en daarmee het begin van een apocalyptische strijd zou inluiden; minister van Defensie Pete Hegseth zei dat gesneuvelde Amerikaanse militairen eeuwige verlossing kunnen krijgen. Tegelijk vieren Iraanse beleidsmakers en geestelijken hun doden als martelaren. Ook buiten het Midden-Oosten klinkt vergelijkbare retoriek: de Russische patriarch Kyrill heeft soldaten in Oekraïne hetzelfde vooruitzicht op eeuwig leven beloofd.
Drie Nederlandse theologen—Rik Peels (VU), Jan Hoek (Veenendaal) en ds. W.J.J. (Willem) Glashouwer (Christians for Israel International)—kritisch analyseren deze mengeling van politiek en religie. Peels wijst op parallellen tussen de Verenigde Staten, Rusland en Iran in het sacraliseren van geweld en noemt het witte, christelijke nationalisme in de VS diep geworteld en inmiddels centraal in de politiek. Volgens hem leidt dat ertoe dat veel Amerikanen de aanval op Iran als een geestelijke strijd zien; sommige soldaten laten zelfs Bijbelverzen op kogelhulzen zetten. Peels waarschuwt tegen het instrumentaliseren van Bijbelteksten en tegen het te snel leggen van verbanden tussen Oud- en Nieuwtestamentische eindtijdprofetieën en actuele conflicten. Hij betwijfelt bovendien de geopolitieke doelstellingen van de VS en waarschuwt voor ontmenselijking van tegenstanders als politieke rechtvaardiging.
Jan Hoek keert zich fel tegen Hegseths idee dat martelaarschap in oorlog verlossing garandeert. Voor hem is het christelijke heil geen beloning voor militair heldendom maar verbonden met wederzijdse dienst, zelfverloochening en het volgen van Jezus. Hoek prijst dat de Bijbel in politieke kringen wordt aangehaald, maar waarschuwt dat religieuze rechtvaardigingen voor militaire agressie gevaarlijk zijn en leiders verantwoordelijk moeten blijven houden. Hij pleit voor zorgvuldige exegese van apocalyptische teksten: waarschuwend voor simplistische eindtijdkaders, maar ook erkenning gevend aan de bijzondere plaats van Israël in de profetische traditie.
Ds. Glashouwer noemt Hegseths uitspraken "bizar" en verwerpt de opvatting dat de VS een doorslaggevende rol in de Bijbelse eindtijd speelt. Wel ziet hij continuïteit in eeuwenlange vijandschap tegen Joden en trekt parallellen tussen Haman, Hitler en Khamenei wat hun antisemitisme betreft. Glashouwer benadrukt dat profetieën wijzen op een voortdurende geestelijke strijd en dat christenen die teksten serieus moeten bestuderen zonder speculatieve toekomstschema’s op te hangen.
Collectief waarschuwen de drie theologen tegen vermenging van nationale politiek en Bijbelse legitimatie: het risico is dat leiders morele verantwoordelijkheid afschuiven, vijanden ontmenselijken en internationale rechtsordes ondermijnen. Ze adviseren voorzichtigheid in het koppelen van oudtestamentische of apocalyptische teksten aan actuele oorlogshandelingen, en roepen op tot ethische en theologische reflectie over het gebruik van religie om oorlogen te legitimeren.